De goede, de slechte en de lelijke kant van Dove's campagne voor echte schoonheid

  • vertaald door Zuyd Vertalingen

Dove's campagne voor echte schoonheid heeft een hoop labels gekregen, van 'game changer' en 'een frisse wind', tot 'hypocriet', 'seksistisch'en 'stiekem'. Wat is de reden dat deze vernieuwende campagne met echte vrouwen in plaats van geretoucheerde modellen of beroemdheden tot zo veel discussie heeft geleid? In dit artikel kijken we vanuit een sociaal-psychologisch perspectief naar de goede, de slechte en misschien zelfs de lelijke kant van Dove's campagne voor echte schoonheid.

Afbeelding van Flickr.com (https://www.flickr.com/photos/shianux/270186690), CC BY-NC-SA 2.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/2.0/)

Dove lanceerde de campagne voor echte schoonheid in 2004 als reactie op de resultaten van een groot wereldwijd onderzoek, The Real Truth About Beauty: A Global Report. Uit dit onderzoek bleek namelijk dat wereldwijd slechts 2% van de vrouwen zichzelf mooi vindt (Etcoff, Orbach, Scott, & D’Agostino, 2004). De belangrijkste boodschap van de campagne van Dove was dat vrouwen hun unieke verschillen niet moeten ontkennen, maar er trots op mogen zijn. Het uiterlijk moet een bron van zelf vertrouwen worden in plaats van iets om je zorgen over te maken. Deze boodschap werd overgebracht via verschillende communicatiemiddelen, zoals reclames op tv, tijdschriften, talkshows en internetgesprekken waar mensen van over de hele wereld aan deelnamen. Hoewel de campagne enorm populair en op commercieel gebied succesvol was, kreeg de campagne ook zware kritiek. Veel critici wezen bijvoorbeeld op de tegenstrijdigheden binnen de campagne, die ertoe geleid heeft dat sommige consumenten een dubbel gevoel hebben bij het merk Dove. Aan de ene kant kan Dove's campagne voor echte schoonheid gezien worden als het uitdragen van een positieve boodschap met als doel de visie op vrouwelijke schoonheid te veranderen. Aan de andere kant zijn de consumenten zich ook bewust van het doel van de campagne dat daar tegenover staat, namelijk het gemeenschappelijke doel van alle reclamecampagnes: een stijging in de verkoop. In dit artikel kijken we vanuit een sociaal-psychologisch perspectief naar de goede, de slechte en misschien zelfs de lelijke kant van Dove's campagne voor echte schoonheid. Het doel van dit artikel is niet om de campagne te prijzen of de grond in te boren, maar simpelweg om de complexe aard van reclame maken in de huidige maatschappij te onderzoeken, en om consumenten te motiveren om met een kritische blik naar reclamecampagnes te kijken. Hoe vaak dragen reclames die je leuk vindt (of in ieder geval kan verdragen) bij aan het verergeren van stereotypes of een lager zelfbeeld? Een vraag die het waard is om bij stil te staan.

De goede kant

Eén van de voornaamste resultaten van de Dove-campagne is het ontstaan van een wereldwijd debat over het uitbreiden van de definitie van schoonheid. Het belangrijkste probleem dat Dove wilde aanpakken, was het herhaaldelijk gebruik van beelden die onrealistisch en onhaalbaar zijn en die de definitie van schoonheid beperken. Dove wilde de aard van reclames veranderen door het stereotype van schoonheid ter discussie te stellen.Dit deden ze door echte vrouwen te selecteren die niet aan het standaard schoonheidsideaal voldoen (bv. oudere vrouwen met rimpels en vrouwen met overgewicht). Het vrouwelijke publiek vond de echte vrouwen aantrekkelijk en sympathiek, omdat het publiek zichzelf in deze vrouwen kon herkennen en ze voor een nieuwe wind zorgden in de media. Het succes van de campagne blijkt uit de enorme aandacht die de media eraan gaf. De modellen waren bijvoorbeeld te gast bij verschillende populaire Amerikaanse talkshows, zoals The View, Good Morning America, The Today Show, Ellen, en Geraldo. De publieke aandacht heeft de campagne van Dove dan ook 130 miljoen euro aan gratis mediatijd opgebracht (“Grand Prize”, 2007). Bovendien heeft de campagne verschillende prijzen gewonnen. De online video “Evolution”, bijvoorbeeld, heeft in juni 2007 twee Cannes Lions Grand Prix Awards gewonnen op het Cannes Lion International Advertising Festival in Frankrijk. Daarnaast werd “Evolution” in de eerste maand meer dan 1,7 miljoen keer bekeken. Evolution was in oktober van het jaar 2006 de meest bekeken video op YouTube. Alles bij elkaar is veel van het succes van de campagne te danken aan het feit dat dit de eerste digitale campagne was die deelnemers stimuleerde een online community op te zetten om elkaar te steunen. Deze community heeft meer dan 200 miljoen mensen bereikt, en meer dan 26 miljoen mensen deden online mee aan de campagne (Springer, 2009). Volgens Vivek, Beatty en Morgan (2012) wekt het benaderen van (potentiële) klanten via een online campagne vertrouwen, omdat “individuen zo het gevoel krijgen dat het bedrijf om hen geeft en hun belangen wil behartigen” (p. 135). 

Binnen de context van het lichaamsbeeld stelt de sociale vergelijkingstheorie dat mensen zich automatisch vergelijken met andere mensen en beelden (Festinger, 1954). Uit deze theorie vloeit het idee voort dat eigenschappen van anderen onze eigen zelfwaardering kunnen beïnvloeden. Zo is aangetoond dat wanneer twee mensen met veel overeenkomsten in attitudes en waarden bij elkaar worden gezet, de zelfwaardering van de ene persoon hoger is wanneer de andere persoon een aantrekkelijk iemand is van hetzelfde geslacht dan wanneer de andere persoon een onaantrekkelijk iemand is van hetzelfde geslacht. Dit komt door de mate van gelijkenis die de observeerder met de geobserveerde heeft (Brown, Novick, Lord, & Richards, 1992). Dit effect is ook onderzocht met betrekking tot dunne modellen. Uit dit onderzoek bleek dat vrouwen die gelijkenissen zagen tussen zichzelf en een dun model, meer tevreden waren over hun lichaam dan vrouwen die geen gelijkenissen zagen (Young, Gabriel, & Sechrist, 2012). De sociale vergelijkingstheorie suggereert dat wanneer mensen gelijkenissen zien tussen zichzelf en een ander, ze de ander als zichzelf gaan zien (assimilatie). Het verband van deze theorie met de campagne van Dove is dat het aannemelijk is dat vrouwen veel gelijkenissen zien tussen zichzelf en deze 'echte' vrouwen, waardoor assimilatie plaatsvindt. Als gevolg hiervan zullen vrouwen meer tevreden met zichzelf zijn wanneer de ander gewilde uiterlijke kenmerken heeft, en minder tevreden met zichzelf wanneer de ander ongewilde uiterlijke kenmerken heeft. Als we dus aannemen dat de 'echte' vrouwen uit de campagne van Dove gewilde uiterlijke kenmerken hebben, en dat er assimilatie plaatsvindt, dan zouden de reclames een positief effect hebben op de zelfwaardering van vrouwen, en vrouwen over het algemeen een goed gevoel over zichzelf geven.

Dove heeft er niet alleen voor gezorgd dat mensen positief naar het bedrijf kijken, maar heeft ook de betekenis van het kopen van hun schoonheidsproducten en toiletartikelen veranderd. De belangrijkste betekenis van de producten is niet meer dat ze nuttig zijn (zoals de prijs en kwaliteit van de producten; dingen die bijna nooit worden genoemd in de reclames), maar dat ze belangrijke waarden uitdragen en mensen met elkaar verbinden. Deze laatste twee zaken staan respectievelijk bekend als de waarde-uitdrukkings- en sociale-aanpassingsfunctie van attitudes (Katz, 1960; Smith et al., 1956). Vrouwen die positief tegenover Dove staan en de producten kopen, kunnen op die manier laten zien dat zij ook vinden dat de schoonheidswaarden van de maatschappij moeten veranderen van een klemtoon op uiterlijk en het 'dunne ideaal' naar een klemtoon op innerlijke schoonheid en zelf vertrouwen. Een belangrijk gevolg hiervan dat klanten het merk vaker trouw blijven. Een bewijs hiervoor is dat tweederde van de totale verkoop van Dove in 2006 te danken was aan mensen die meer dan één Dove-product kochten (Neff, 2006). Dit aantal was twee keer zoveel als in 2003, vóór de campagne. Door het kopen van Dove-producten kunnen klanten bovendien in contact komen met miljoenen andere vrouwen wereldwijd waarvan ze (op televisie of online) zien dat ook zij positief reageren op de campagne. Eén van de manieren waarop mensen online meedoen is Dove’s Self-Esteem Toolkit, nog een positief onderdeel van de campagne.

Dove’s Self-Esteem Toolkit is een online platform met workshops, activiteiten, gidsen en video's die bedoeld zijn om meisjes meer zelf vertrouwen te geven. Deze activiteiten en workshops zijn een aanvulling op de online video's en weer spiegelen ook de missie van de campagne: schoonheid herdefiniëren. Het is algemeen bekend dat zelf vertrouwen samenhangt met het lichaamsbeeld, vooral bij tienermeisjes (maar ook bij tienerjongens en volwassen mannen, Choma et al., 2010, Petrie et al., 2010, en oudere vrouwen, Marshall, Lengyel, & Utioh, 2012). Etcoff en haar collega's (2004) stelden bijvoorbeeld vast dat 6 van de 10 tienermeisjes dachten dat ze gelukkiger zouden zijn als ze dunner waren. Uit onderzoek is bovendien gebleken dat het zich eigen maken van het dunne ideaal al op driejarige leeftijd kan plaatsvinden (naar aanleiding van een steekproef van Amerikaanse meisjes; Harriger et al., 2010). Daarom wordt er aanbevolen om zo vroeg mogelijk te beginnen met programma's die zulke ideeën ontkrachten (Grogan, 2010), bijvoorbeeld door meisjes argumenten te laten bedenken tegen het dunne ideaal (zie Stice et al., 2006). Dove snijdt dit onderwerp aan in de video “Onslaught” die eindigt met de boodschap: “praat met je dochter voor de schoonheidsindustrie dat doet” en links bevat naar Dove's online bronnen die ouders tips geven over hoe ze zulke gesprekken kunnen aangaan. Hoe positief deze boodschap ook mag lijken, het is toch niet helemaal positief. Deze keerzijde gaan we nu behandelen.

De slechte kant

Hoewel we de sociale vergelijkingstheoriebesproken hebben als positief punt van de campagne van Dove, is het helaas niet zo simpel. We zullen nu de andere kant van het verhaal bekijken; hoe de sociale vergelijkingstheorie binnen de campagne ook als negatief punt kan worden gezien. Zo is reeds meermaals aangetoond dat tieners hun idee van hoe hun lichaam eruit moet zien, baseren op de mensen die ze op tv zien. Dit heeft het volgende effect: hoe vaker ze zichzelf met anderen vergelijken, hoe liever ze dun willen zijn, hoe minder blij ze zijn met hun eigen lichaam, en hoe vaker ze ongezond gedrag vertonen (Botta, 1999). Uit verschillende onderzoeken is echter gebleken dat zelf vertrouwen dit effect kan verminderen (o.a., Jones & Buckingham, 2005). Naar aanleiding van deze resultaten is met veel initiatieven die draaiden om zelf vertrouwen geprobeerd om tienermeisjes te leren dat ze zich niet moeten vergelijken met modellen, omdat ze nep, geretoucheerd, gefotoshopt en ongezond zijn. Het doel is dat tienermeisjes zichzelf gaan vergelijken met 'echte vrouwen', zoals die uit de reclamecampagne van Dove. Dit roept de vraag op: “Is de Dove campagne hierdoor mogelijk nog schadelijker dan traditionele reclamecampagnes?” Jonge meisjes kunnen namelijk nog steeds het gevoel hebben dat ze niet kunnen tippen aan deze “echte vrouwen”, maar hebben nooit geleerd hoe ze zich tegen dit soort reclames kunnen wapenen. Bovendien is het mogelijk dat vrouwen die kijken naar reclames met modellen met een gemiddelde kledingmaat zich zelfbewuster zijn van hun eigen lichaam. Dit komt door de expliciete nadruk op 'echte vrouwen', die een angst om dik te zijn veroorzaakt. Daarnaast worden deze vrouwen mogelijk nog steeds herinnerd aan het dunne schoonheidsideaal wanneer ze modellen met een gemiddelde kledingmaat zien, waardoor ze zich over het algemeen meer bewust worden van schoonheidsidealen (Anschutz, Engels, Becker, & van Strien, 2009).

Swami & Smith (2012) onderzochten het effect van een lifestyle-televisieprogramma dat bedoeld is om een positief lichaamsbeeld te promoten door 'echte vrouwen' te gebruiken in vergelijking met een programma dat de nadruk legt op het dunne schoonheidsideaal. Deelnemers uit beide testgroepen gaven aan dat ze zich na het kijken van deze programma's drukker maakten over hun lichaam en minder tevreden waren met hun gewicht. Deze televisieprogramma's met 'echte vrouwen', waarvan wordt gedacht dat ze een positief effect hebben op het lichaamsbeeld van vrouwen, hebben dus hetzelfde aversieve effect als televisieprogramma's die het dunne ideaal promoten. De auteurs suggereren dat een mogelijke verklaring voor hun resultaten is dat wanneer er in deze tv-programma's 'echte' vrouwen voorkomen, vrouwen herinnerd worden aan hoe moeilijk het is om te voldoen aan het dunne schoonheidsideaal. Hierdoor worden vrouwen zelfbewuster en banger om dik te zijn, met als gevolg dat ze zich drukker maken om hoe hun lichaam eruitziet en minder tevreden zijn met hun gewicht. Hoewel er in dit onderzoek niet expliciet naar het effect van de campagne van Dove is gekeken, zijn de resultaten en discussies wel van toepassing op de reclames van Dove. Deze hebben namelijk hetzelfde doel als de lifestyle-televisieprogramma's.

Daarnaast kwam via Heiss (2011) zware kritiek op Dove's campagne vanuit de feminist-beperking theorie, een kader om de sociale systemen die lichamelijke afwijkingen stigmatiseren te analyseren en te bekritiseren. Het voornaamste doel van deze beweging is om een positief beeld te scheppen van vrouwen met een beperking en om ervoor te zorgen dat deze vrouwen een rol kunnen krijgen binnen de reguliere samenleving. Heiss ziet reclamecampagnes die een bepaald lichaamsbeeld stimuleren als een vorm van 'eenvoudige integratie', omdat ze pleiten voor de acceptatie van verschillende lichaamstypes, maar tegelijk ook de traditionele schoonheidsidealen uitdragen. Dove wilde bijvoorbeeld de heersende schoonheids normen ter discussie stellen door 'echte' vrouwen met 'echte' rondingen in hun reclames af te beelden. Deze 'echte' vrouwen lijken echter vaak in zulke mate op idealen die al bestonden dat ook zij voldoen aan de meeste schoonheids normen. Vanuit die optiek is Dove er dus niet in geslaagd om de definitie van schoonheid daadwerkelijk uit te breiden. Omdat er geen vrouwen met lichamelijke beperkingen in de reclamecampagne te zien zijn, stelt Heiss bovendien dat Dove geen waarde hecht aan “hele echte” lichaamstypes en in plaats daarvan het traditionele idee van lichaam en schoonheid versterkt. Dit komt duidelijk naar voor in Dove's castingoproepen, waarin staat: geen tattoos, geen littekens, gave huid, mooi haar, en een lichaam dat valt tussen “niet te veel rondingen” en “niet te atletisch” (Odell, 2010). Bovendien wordt ook beweerd dat de reclamecampagnes van Dove digitaal worden geretoucheerd (Helm, 2008), wat natuurlijk compleet tegen de boodschap van de reclamecampagne ingaat. Volgens Heiss (2011) moeten deze campagnes juist een pluralistische ideologie nastreven, waarbij culturele diversiteit wordt gerespecteerd en mensen worden aangespoord om hun unieke subjectiviteit te behouden, bijvoorbeeld als het gaat om beperkingen. Deze ideologie zou nagestreefd kunnen worden door in een van de reclamecampagnes van Dove een vrouw met een beperking te laten voorkomen.

Hoewel weinig mensen Dove zouden omschrijven als “een bedrijf dat meewerkt aan het onrealistische schoonheidsideaal”, zijn er veel gelijkgestemden die erkennen dat Dove zowel een positief lichaamsbeeld als het traditionele schoonheidsideaal promoot. Zo zou dus gesteld kunnen worden dat de campagne voor echte schoonheid niet geheel oprecht is, waardoor sommige mensen te maken kunnen krijgen met  cognitieve dissonantie. Aan de ene kant kopen consumenten misschien producten van Dove vanwege de goede boodschap die het bedrijf verspreidt, maar aan de andere kant kunnen deze mensen zich wellicht afvragen wat zij nou precies aanschaffen (een crème voor huidversteviging?). Hoewel in dit geval iedere twijfel makkelijk wordt weggenomen; consumenten kunnen hun  cognitieve dissonantie verlichten door te redeneren dat er niets mis is met op je best willen uitzien en dat je in ieder geval een bedrijf met “goede” normen en waarden steunt. Nu gaan we ons richten op de “lelijke“ kant van deze Dove-campagne, die misschien vervelende gevoelens oproept die niet zo gemakkelijk op te lossen zijn.

De lelijke kant

Er is veel kritiek geweest op Dove‘s reclamecampagne wat betreft de ware motieven van het bedrijf, zijn ideologie en de doelmatigheid waarmee Dove adverteert. De echte lelijke kant van de campagne is echter te zien in Dove‘s relatie met merken als Axe. Het moederbedrijf van Dove is Unilever en onder deze firma vallen ook de merken Axe en Fair & Lovely. Deze merken verspreiden net een boodschap die precies het tegenovergestelde overbrengt van wat Dove probeert te promoten: een positief lichaamsbeeld. Fair & Lovely is een populair merk waarvan de doelgroep voornamelijk bestaat uit vrouwen met een donkere huidskleur. Dit merk stimuleert het verlangennaar het hebben van een “lichtere huidskleur“. Deze boodschap staat lijnrecht tegenover de missie van Dove, namelijk acceptatie van de schoonheid van iedere vrouw, door producten uit te brengen die vrouwen er allemaal meer hetzelfde laten uitzien. In een reclamespot van Fair & Lovely krijgt een vrouw haar droombaan niet vanwege haar donkere huidskleur. Zodra ze het product gebruikt, wordt ze eindelijk aangenomen, krijgt ze een positief lichaamsbeeld en heeft ze zelfs meer geluk in de liefde. Hoewel deze reclames door belangengroepen als “beledigend en vernederend“ zijn bestempeld (bijvoorbeeld door de All India Democratic Women’s Association), worden de producten van Fair & Lovely nog altijd met veel succes verkocht in meer dan 38 landen (Gandhi, 2007).

Axe is nog een Unilever-merk dat een boodschap uitdraagt die haaks op Dove‘s missie staat. In hun reclamecampagnes wordt de “ideale slanke vrouw“ gepromoot en worden vrouwen geseksualiseerd. Een voorbeeld hiervan is de “Bow Chicka Wah Wah”-campagne (BCWW) die gericht was op jonge mannen en op televisie en internet te zien was. In deze campagne konden mannen online meedoen via de “Mijn Regio” pagina, waarop een kaart te zien was die zogenaamd gebieden toonde waar vrouwen beïnvloed waren geraakt door de geuren van Axe. Ook kon je er video‘s bekijken van BCWW-vrouwen die onderweg waren naar verschillende locaties. Kijkers kregen de opdracht om “een hotspot te kiezen op de kaart en vrouwen in het hele land hun remmingen, verstand... en vaak hun kleding te zien verliezen.” Dat de boodschap van deze campagne onvoorwaardelijk geaccepteerd werd, was te zien aan de opbrengsten. In de VS groeide het bedrijf van nul bij de start in 2002 tot meer dan vijfhonderd miljoen dollar in 2006 (Hamm, 2007).

Om deze redenen wordt Unilever dus als hypocriet gezien en de relatie met Dove zou wellicht negatieve gevoelens jegens Dove‘s reclamecampagne alsook  cognitieve dissonantie kunnen oproepen bij consumenten. Deze dissonantie zou wel eens lastig op te lossen kunnen zijn, omdat consumenten moeten proberen te beseffen dat zij, als ze Dove-producten kopen, een bedrijf ondersteunen dat juist datgene promoot waar ze ‘tegen vechten’. Dit kan tot bronderogatie leiden, aangezien veel consumenten niet meer zullen geloven in de echtheid en betrouwbaarheid van de bedenkers van Dove‘s ’campagne van echte schoonheid‘. Consumenten zullen zich zeker afvragen of Dove wel echt zo trouw is aan haar eigen sociale missie. Dr. Susan Linn, directrice en mede-oprichter van de Amerikaanse campagne voor een reclame-vrije jeugd (CCFC) beschrijft dit op een mooie manier: “De Axe-campagne maakt duidelijk dat de betrokkenheid van Unilever ten aanzien van welzijn van meisjes op de tweede plaats komt, na hun drang om stereotypes voor winst te exploiteren. Met Axe creëert Unilever de ongezonde omgeving die ze met Dove juist willen aanpakken” (CCFC, 2007). Deze ”lelijke“ kant van de Dove-campagne is al door anderen in detail besproken, dus gaan we er hier niet op verder.

Conclusie

Hoewel de campagne zelf het doelwit is geweest van veel kritiek en er nog altijd een discussie speelt rond Unilever, is Dove‘s campagne voor echte schoonheid na tien jaar nog altijd heel succesvol. Je zou kunnen zeggen dat, ondanks alle kritiek, de campagne nog steeds gezien kan worden als een stap in de goede richting. Daar komt bij dat Dove bezig is met het ontwikkelen van nieuwe initiatieven die een positief zelfbeeld promoten, zoals het nieuwe filmpje “Dove Real Beauty Sketches”. In dit filmpje voerde Dove een interessant sociaal experiment uit waarin ze vrouwen vroegen om zichzelf te beschrijven en dit vervolgens vergeleken met de beschrijvingen van andere mensen. De achterliggende boodschap was: je bent mooier dan je denkt. Toen de video uitkwam, hadden veel mensen een mening, zowel positief als negatief, over de boodschap die de video uitdroeg. Als het Dove’s doel was om wereldwijde discussies op te starten over het lichaamsbeeld van vrouwen, is dat zeker gelukt. Of de campagne nu positief, schadelijk of iets daartussenin is, laten we aan de lezer. Het is niet onze intentie om een bepaald standpunt in te nemen over de waarde van de campagne, maar om de campagne van verschillende kanten te belichten en om consumenten te stimuleren hetzelfde te doen – niet alleen met Dove, maar met iedere reclamecampagne.

Videolinks

Evolution: https://www.dove.com/ca/en/stories/campaigns/evolution.html

Onslaught: hhttps://www.youtube.com/watch?v=9zKfF40jeCA

Dove Real Beauty Sketches: http://www.youtube.com/watch?v=XpaOjMXyJGk

Referenties

Anschutz, D. J., Engels, R.C.M.E., Becker, E. S., & van Strien, T. (2009). The effects of TV commercials using less thin models on young women’s mood, body image, and actual food intake. Body Image, 6, 270–276.

Helm, B. (2008, 7 mei). Surprise! Dove's "Campaign for Real Beauty" ads actually kind of fake. Business Week. Geraadpleegd van http://www.businessweek.com/the_thread/brandnewday/archives/2008/05/surprise_doves.html.

Botta, R. A. (1999). Television images and adolescent girls’ body image disturbance. Journal of Communication, 49(2), 22-41.

Brown, J. D., Novick, N. J., Lord, K. A., & Richards, J. M. (1992). When Gulliver travels: Social context, psychological closeness, and self-appraisals. Journal of Personality and Social Psychology, 62(5), 717.

Choma, B. L., Visser, B. A., Pozzebon, J. A., Bogaert, A. F., Busseri, M. A., & Sadava, S. W. (2010). Self-objectification, self-esteem, and gender: Testing a moderated mediation model. Sex Roles, 63, 645-656.

Campaign for a Commercial Free Childhood. (2007, 9 oktober). CCFC to Unilever: Ax the axe campaign if you care about “real beauty”. [Persbericht]. Geraadpleegd van http://www.commercialfreechildhood.org/ccfc-unilever-ax-axe-campaign-if-...“real-beauty”

Etcoff, N., Orbach, S., Scott, J., & D’Agostino, H. (2004). The real truth about beauty: A global report. Geraadpleegd van http://www.clubofamsterdam.com/content/articles/52%20Beauty/dove_white_p....

Festinger, L. (1954). A theory of social comparison processes. Human Relations, 7, 117–140.

Gandhi, D. (2007, 3 juni). Devadatta Gandhi: Fair and lovely? The Michigan Daily. Geraadpleegd van http://www.michigandaily.com/content/devadatta-gandhi-fair-and-lovely

“Grand Prize Winner: Dove ‘Evolution’”. (2007, 1 mei). Creativity, “Special Report: Creativity Awards”, p. 46.

Grogan, S. (2010). Promoting positive body image in males and females: Cotemporary issues and future directions. Sex Roles, 63, 757-765.

Hamm, S. (2007, 2 juli). Children of the web. Business Week. Geraadpleegd van http://www.businessweek.com/stories/2007-07-01/children-of-the-web.

Harriger, J. A., Calogero, R. M., Witherington, D. C., & Smith, J. E. (2010). Body size stereotyping and internalization of the thin ideal in preschool girls. Sex Roles, 63, 609-620.

Heiss, S. N. (2011). Locating the bodies of women and disability in definitions of beauty: An analysis of Dove’s Campaign for Real Beauty. Disability Studies Quarterly, 31. Geraadpleegd van http://www.dsq-sds.org/issue/view/48.

Jones, A. M., & Buckingham, J. T. (2005). Self-esteem as a moderator of the effect of social comparison on women’s body imageJournal of Social and Clinical Psychology, 24(8), 1164-1187.

Katz, D. (1960). The functional approach to the study of attitudes. Public Opinion Quarterly, 24, 163-204.

Marshall, C., Lengyel, C., & Utioh, A. (2012). Body dissatisfaction among middle-aged and older women. Canadian Journal of Dietetic Practice and Research, 73, 241-247.

Neff, J. (2006). A real beauty: Dove’s viral makes big splash for no cash. Advertising Age, 77(44), 1-45.

Odell, A. (2010, 28 juni). Dove seeks women with ‘flawless skin’ and ‘no scars’ for its next real beauty campaign. New York Magazine. Geraadpleegd van http://nymag.com/thecut/2010/06/dove_seeks_women_with_flawless.html.

Petrie, T. A., Greenleaf, C., & Martin, S. (2010). Biopsychosocial and physical correlates of middle school boys’ and girls’ body satisfaction. Sex Roles, 63, 631-644.

Smith, M. B., Bruner, J. S., & White, R. W. (1956). Opinions and personality. New York, NY: Wiley.

Springer, P. (2009). Ads to icons: How advertising succeeds in a multimedia age (2e ed.). Philadelphia, PA: Kogan Publishing.

Stice, E., Shaw, H., Burton, E., & Wade, E. (2006). Dissonance and healthy weight eating disorder prevention programs: A randomized efficacy trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 24, 263–275.

Swami, V., & Smith, J. M. (2012). How not to feel good naked? The effects of television programs that use “real women” on female viewers’ body image and mood. Journal of Social and Clinical Psychology, 31(2), 151-168.

Vivek, S. D., Beatty, S. E., & Morgan, R. M. (2012). Customer engagement: Exploring customer relationships beyond purchase. Journal of Marketing Theory and Practice, 20, 127-145.

Young, A. F., Gabriel, S., & Sechrist, G. B. (2012). The Skinny on Celebrities Parasocial Relationships Moderate the Effects of Thin Media Figures on Women’s Body Image.Social Psychological and Personality Science, 3(6), 659-666.

Auteur(s) van het artikel

Facebook