De negatieve kant van nostalgie: verlangen naar het land van vroeger roept wij-zij denken op

Persoonlijke nostalgie doet een mens goed. Zij gaat onder andere verveling tegen en draagt bij aan mentale weerbaarheid. Maar nostalgie heeft ook haar negatieve kanten, vooral als het gaat om nostalgie voor het nationale groepsverleden. Wij-zij-denken en afwijzing van andere groepen liggen dan op de loer.

Afbeelding van Pixabay (https://pixabay.com/nl/tegel-motief-van-holland-delft-1909004/ ), CC0 (https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/deed.nl)

“Vroeger was alles beter” en “Die goede oude tijd”. Het klinkt je vast bekend in de oren. Nostalgie is een sentimenteel verlangen naar een rooskleurig verleden dat niet meer bestaat of zelfs nooit heeft bestaan. Het wordt ook wel een bitterzoete emotie genoemd, omdat er zowel blijdschap over mooie tijden als een gevoel van verlies in schuilgaan (Frijda, 2007). Psychologen stellen dat nostalgie ontstaat in tijden van verandering, omdat het mensen helpt om te kunnen omgaan met dingen die verloren zijn gegaan in het verleden (Sedikides, Wildschut, Routledge, & Arndt, 2015). Het verlangen naar een positief verleden helpt mensen namelijk te begrijpen wat de waardevolle aspecten van hun identiteit zijn die ze willen koesteren en behouden. Hierdoor draagt nostalgie bij aan een gevoel van houvast en continuïteit, zelfvertrouwen en optimisme (Cheung et al., 2013; Sedikides et al., 2015; Wildschut, Sedikides, Arndt, & Routledge, 2006).

De groep als basis voor nostalgie

Nostalgie kan echter ook negatieve gevolgen hebben. Om dit te begrijpen is het van belang onderscheid te maken tussen persoonlijke en collectieve nostalgie (Smeekes, Verkuyten, & Martinovic, 2014; Wildschut, Bruder, Robertson, Tilburg, & Sedikides, 2014). Mensen hebben zowel een persoonlijke als een sociale identiteit (Turner, Hogg, Oakes, Reicher, & Wetherell, 1987).  Dit houdt in dat ze zichzelf kunnen definiëren in termen van hun unieke persoonlijkheid (“Ik”) of in termen van hun groepslidmaatschap (“Wij”). Groepsgedrag en groepsdenken ontstaat als mensen zich definiëren in termen van “Wij”. Dit gebeurt in situaties waarin deze groepsidentiteit naar de voorgrond treedt, bijvoorbeeld als het Nederlands elftal speelt of als je als enige vrouw aan een vergadertafel zit. Mensen zullen zich in deze situaties eerder definiëren en gedragen als “Nederlander” of als “vrouw”.

Op basis van dit onderscheid laat recent onderzoek zien dat mensen zich zowel nostalgisch kunnen voelen op basis van hun persoonlijke identiteit als op basis van hun sociale identiteit en dat dit twee verschillende zaken zijn (Wildschut, Bruder, Robertson, Tilburg, & Sedikides et al., 2014). Bij persoonlijke nostalgie verlangen mensen terug naar dingen uit hun unieke individuele verleden en bij collectieve nostalgie naar ervaringen of objecten uit het gedeelde verleden van de eigen groep. Mensen hebben verschillende sociale identiteiten en dit betekent dat mensen collectieve nostalgie kunnen ervaren in relatie tot verschillende groepen. Iemand kan zichzelf bijvoorbeeld zien als student en Nederlander. Deze persoon kan dus nostalgie ervaren voor gedeelde ervaringen met andere studenten, maar ook terugverlangen naar zijn of haar land van vroeger.

In recent onderzoek is bekeken wat de relaties zijn tussen collectieve nostalgie en groepsdynamiek. Het blijkt dat collectieve nostalgie positieve gevolgen heeft voor evaluaties van de eigen groep (Wildschut et al., 2014), maar dat dit niet altijd het geval is voor de evaluaties van andere groepen.

De negatieve gevolgen van nationale nostalgie

In verschillende studies heb ik gekeken naar collectieve nostalgie onder autochtone Nederlanders (Smeekes, 2015; Smeekes et al., 2015) in relatie tot hun nationale identiteit. Het gaat dan om het sentimentele verlangen naar ‘die goeie ouwe tijd van ons land’. Nationale nostalgie dus. In deze studies komt naar voren dat hoe meer mensen nationale nostalgie ervaren hoe sterker ze geneigd zijn om te denken in “wij” (autochtonen met een gedeeld verleden) versus “zij” (allochtonen die later zijn gekomen), wat vervolgens zorgt voor negatievere houdingen ten aanzien van moslims (e.g., meer weerstand tegen het bouwen van moskeeën en het dragen van een hoofddoek). Verder blijkt dat dit wij-zij denken dat voortkomt uit nationale nostalgie gepaard gaat met een sterkere identificatie met Nederland en met de neiging om de Nederlandse identiteit te beschermen tegen sociale verandering (Smeekes, 2015). 

In een van deze studies werd autochtonen gevraagd om na te denken en te schrijven over wat zij misten van het Nederland van vroeger en hoe ze dat nostalgisch maakte. Deze mensen waren vervolgens sterker van mening dat Nederland meer toebehoort aan zijn oorspronkelijke bewoners dan aan nieuwkomers en daardoor negatiever over moslims dan mensen die gevraagd waren om na te denken over Nederlandse gebeurtenissen die het nieuws hadden gehaald het afgelopen jaar (zie Smeekes et al., 2014; Studie 3). 

Dat nationale nostalgie als gevolg kan hebben dat er sterkere groepsgrenzen worden getrokken tussen autochtoon en allochtoon is geen goed nieuws voor de Nederlandse samenleving.  Die samenleving wordt namelijk gekenmerkt door een toegenomen diversiteit in culturen en leefstijlen. Denk aan buurten en wijken die steeds meer divers zijn geworden qua bevolkingssamenstelling. Als autochtone Nederlanders zich hier meer vervreemd gaan voelen en steeds meer terugverlangen naar het land van vroeger kan dit een grotere kloof met de niet-autochtone bevolking tot gevolg hebben. Hierdoor kunnen tussen de verschillende groepen spanningen ontstaan over de vraag wie het meeste recht heeft om te bepalen hoe het er in het land en in de wijk aan toe gaat.

Conclusie

Heeft nostalgie altijd positieve gevolgen voor de mens? Vaak wel als het gaat over nostalgie over zaken uit het persoonlijke leven, maar niet als het gaat over nostalgie voor de eigen nationale groep. Als mensen zich nostalgisch voelen over het verleden van hun nationale groep zijn ze eerder geneigd om groepsgrenzen te trekken tussen mensen die wél onderdeel zijn van dit verleden (“wij”) en mensen die dat niet zijn (“zij”). Hierdoor voelen mensen zich weliswaar sterker verbonden met hun eigen nationale groep en willen ze deze groep beschermen, maar tegelijkertijd is het gevolg dat ze negatiever staan ten aanzien van andere groepen. Dus wil je openstaan voor andere groepen en culturen? Voel je dan vooral niet te nostalgisch over het verleden van je eigen nationale groep om wij-zij-denken te voorkomen.

Literatuurlijst

Cheung, W. Y., Wildschut, T., Sedikides, C., Hepper, E. G., Arndt, J., & Vingerhoets, A. J. J. M. (2013). Back to the future: Nostalgia increases optimism. Personality and Social Psychology Bulletin, 39, 1484–1496.

Frijda, N.H. (2007). The laws of emotion. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.

Sedikides, C., Wildschut, T., Routledge, C., & Arndt, J. (2015). Nostalgia counteracts self-discontinuity and restores self-continuity. European Journal of Social Psychology, 45, 52-61.

Smeekes, A. (2014). National nostalgia: a group-level emotion that benefits the in-group but hampers intergroup relations, (conditionally accepted). International Journal of Intercultural Relations.

Smeekes, A., Verkuyten, M., & Martinovic, B. (2015). Longing for the country’s good old days: National nostalgia, autochthony beliefs, and opposition to Muslim expressive rights. British Journal of Social Psychology, 54, 561-580.

Turner, J.C., Hogg, M.A., Oakes, P.J., Reicher, S.D., & Wetherell, M.S. (1987). Rediscovering the social group: A self-categorization theory. Oxford: Blackwell.

Wildschut, T., Bruder, M., Robertson, S., Tilburg, W.A.P., & Sedikides, C. (2014). Collective nostalgia: A group-level emotion that confers unique benefits on the group. Journal of Personality and Social Psychology, 107, 844-863.

Wildschut, T., Sedikides, C., Arndt, J., & Routledge, C. (2006). Nostalgia: Content, triggers, functions. Journal of Personality and Social Psychology, 91, 975–993.

 

Auteur(s) van het artikel

Facebook