Het omzetten van goede voornemens in gedrag: Een interventiestudie onder bloeddonoren

Iedereen kent het wel. Je neemt je voor om iets te gaan doen, maar door tijdgebrek en andere prioriteiten kom je er niet aan toe. Uiteindelijk heb je zo lang gewacht dat je het voorgenomen gedrag helemaal niet meer uitvoert. Ook bij nieuwe bloeddonoren zien we dat ze ondanks hun goede voornemens om bloed te geven, het toch lastig vinden om gehoor te geven aan hun eerste oproep tot donatie. Bij Sanquin bloedvoorziening is met verschillende technieken onderzocht op welke manier je nieuwe donoren kunt helpen hun voornemen om te komen doneren waar te maken. Het gebruik van deze technieken in een interventiestudie heeft uiteindelijk geresulteerd in een toename van opkomstgedrag met 11,5%.

 

Inleiding

Jaarlijks melden circa 38.600 personen zich aan bij Sanquin bloedvoorziening om bloeddonor te worden. Ondanks de goede intenties om bloed te geven, komt 40% van de nieuwe bloeddonoren niet naar de bloedbank na een oproep voor hun eerste donatie (Van Dongen, Abraham, Ruiter & Veldhuizen, 2013). Dit is nadelig voor de stabiliteit van de donorpopulatie eneen uitgebreide medische keuring van nieuwe donoren is erg duur. Daarom is de afgelopen jaren onderzocht hoe de opkomst van nieuwe donoren verhoogt kan worden.

 

Barrières om bloed te geven

Uit eerder onderzoek blijkt dat de meeste bloeddonoren wel de intentie hebben om te komen doneren als ze uitgenodigd worden (Veldhuizen, Ferguson, De Kort, Donders & Atsma, 2011; Ferguson, 1996; Masser, White, Hyde & Terry, 2008) maar diverse barrières weerhouden hen ervan om daadwerkelijk te komen. Naast medische redenen, is tijdgebrek de belangrijkste barrière die donoren noemen (Wevers, Wigboldus, Van Baaren & Veldhuizen, 2014). Verder blijkt dat nieuwe donoren moeite hebben om een donatie in hun dagelijks leven in te plannen (Van Dongen, Ruiter, Abraham & Veldhuizen, 2014). Bovendienkunnen donoren het gevoel hebben niet goed in staat te zijn om te doneren. In de sociale wetenschap wordt dit ‘zelfvertrouwen’ self-efficacy genoemd.  Vanuit gedragswetenschappelijke literatuur zijn verschillende technieken beschikbaar om planningsbarrières te tackelen en de kloof tussen goede intenties en daadwerkelijk gedrag te overbruggen. Twee van deze technieken, implementatie-intenties en het committeren aan gedrag, worden hieronder besproken.

 

Implementatie-intenties en expliciete commitment

Een techniek om intenties om te zetten in daadwerkelijk gedrag is ‘implementatie-intenties’ (Gollwitzer, 1999). Hetidee achter implementatie-intenties is dat niet alleen het doelgedrag geactiveerd wordt (‘Ik heb de intentie om Z uit te voeren’), maar ook de stapjes er naar toe, ‘in situatie X, doe ik Y om Z uit te voeren’. Hoe concreter het plan, hoe waarschijnlijker het is dat het gedrag ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt. Het plan: “Ik ga volgende week hardlopen”, zal minder snel uitgevoerd worden, dan: “Ik ga volgende week woensdag na mijn werk om half zeven  5 km hardlopen”. Door het concretiseren van de stappen naar het doelgedrag, kan dit gedrag makkelijker uitgevoerd worden wanneer iemand in die specifieke situatie komt.       

Een andere techniek die effectief is om mensen te laten doen wat ze zich hebben voorgenomen, is het creëren van commitment (Cialdini, 2001). Mensen willen graag consistent zijn in hun handelen, zoals het spreekwoord luidt: ’wie A zegt moet ook B zeggen’. Commitment aan het doelgedrag, in dit geval bloed doneren, kan ervoor zorgen dat nieuwe donoren hun intentie omzetten in daadwerkelijk gedrag. Commitment werkt het beste als het expliciet wordt aangegaan, bijvoorbeeld door een schriftelijke belofte af te leggen. 

Hoewel beide technieken op zichzelf al effectief kunnen zijn, is het interessant om te kijken of deze technieken elkaar aanvullen of zelfs versterken. Dat wil zeggen, commitment wordt gecreëerd met het doelgedrag: ‘Ik heb de intentie om bloed te doneren’. De intentie om het doelgedrag te implementeren wordt dan gecombineerd met het concretiseren van de te ondernemen stappen.

 

Interventiestudie

In een interventiestudie wilden we kijken of het inzetten van deze technieken leidt tot een verhoogde opkomst (Wevers, Wigboldus, Van den Hurk, Van Baaren & Veldhuizen, 2015). Daarom kregen 937 nieuwe donoren, die zich hadden aangemeld bij de bloedbank (Sanquin) na hun eerste medische keuring een extra informatieformulier. Op dit informatieformulier werd het oproepensysteem uitgelegd en eventueel aangevuld met de technieken ‘implementatie intenties’ en ‘commitment’ (zie figuur 1 ‘ start interventiestudie’). Het is binnen het oproepensysteem van Sanquin niet mogelijk om een donatieafspraak in te plannen op datum en tijd. Daarom werd aan een deel van de nieuwe donoren gevraagd of ze voor zichzelf een dag en tijdstip wilden inplannen waarop ze bloed zouden gaan doneren (implementatie-intentie). Aan een ander deel werd gevraagd of ze het informatieformulier wilden ondertekenen (commitment). Donoren kregen willekeurig één van deze technieken of een combinatie ervan. Vervolgens kreeg ongeveer de helft van de donoren een aanvullende vragenlijst over hun motivatie, waaronder vragen over intentie (“Ik  blijf bloed donor totdat ik niet meer mag doneren”) en self-efficacy (“Als ik zou willen lukt het mij om bloed te blijven geven zolang mijn gezondheid dat toestaat”). Uiteindelijk werd gekeken of het uitvoeren van één van deze technieken, of een combinatie van beide, leidde tot een verhoogde opkomst na een oproep voor een eerste donatie.

Uit de resultaten bleek dat donoren die zowel een datum en tijdstip aangaven voor hun eerste donatie als het informatieformulier ondertekenden significant vaker kwamen doneren na een oproep (opkomstpercentage 64,3%) dan donoren in de controle groep, die dit niet deden (52,8%). Wanneer nieuwe donoren maar één van beide technieken kregen aangeboden, kwamen zij niet vaker opdagen in vergelijking met donoren die geen aanvullende technieken kregen aangeboden. Uit de vragenlijst bleek dat de groep met de gecombineerde technieken een significant hogere intentie en self-efficacy hadden om te komen doneren.

Figuur 1Figuur 1              

Conclusie en vervolgonderzoek

Uit de interventiestudie blijkt dat door het gebruik van de technieken ‘implementatie-intenties’ en ‘commitment’ de opkomst van donoren verhoogd kan worden. Ook lijkt de intentie van donoren door het gebruik van deze technieken te stijgen en voelen ze zich meer in staat om te doneren. Dit laat zien dat beide technieken niet alleen de intentie van donoren verandert, maar ook  invloed hebben op daadwerkelijk gedrag.

Het is echter nog onduidelijk waarom deze technieken los van elkaar niet hebben gewerkt, maar de combinatie ervan wel. Het kan zijn dat de technieken elkaar versterken wanneer deze beide op hetzelfde moment worden toegepast: donoren hebben zich dan niet alleen gecommitteerd aan het doel, maar ook aan de uitvoering van het voorgenomen gedrag dat leidt tot gedrag. Het effect kan ook verklaard worden in termen van ‘sunk costs’ (Arkes & Blumer, 1985): hoe meer moeite iemand in een taak stopt (ongeacht de inhoud ervan), hoe meer die persoon geneigd is om gedrag uit te voeren. Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen hoe deze technieken precies werken, maar het inzetten van zowel implementatie-intentietechnieken als commitment-technieken lijken veelbelovend zijn in het beïnvloeden van opkomstgedrag van nieuwe donoren. 

Dit artikel is gebaseerd op de publicatie: Wevers, A., Wigboldus, D.H.J., Van den Hurk K., Van Baaren, R. & Veldhuizen, I.J.T. (2015). Increasing first-time blood donation of newly registered donors using implementation intentions and explicit commitment techniques. Vox Sanguinis, 108, 18-26. Meer informatie over de interventiestudie kun je hierin lezen.  
 
 

Referentielijst

  • Van Dongen, A., Abraham, C., Ruiter, R.A.C. & Veldhuizen, I.J.T. (2013). Does questionnaire distribution promote blood donation? An investigation of question-behavior effects. Ann Behav Med, 45, 163-172.
  • Veldhuizen, I., Ferguson, E., De Kort, W., Donders, R. & Atsma, F. (2011). Exploring the dynamics of the theory of planned behavior in the context of blood donation: does donation experience make a difference? Transfusion, 51, 2425-2437.
  • Ferguson E. (1996). Predictors of future behaviour: A review of the psychological literature on blood donation. British Journal of Health Psychology, 1, 287-308.
  • Masser, B.M., White, K.M., Hyde, M.K. & Terry, D.J. (2008). The psychology of blood donation: current research and future directions. Transfus Med Rev, 22, 215-233.
  • Wevers, A., Wigboldus, D.H.J., Van Baaren, R. & Veldhuizen, I.J.T. (2014). Characteristics of donors who do or do not return to give blood and barriers to their return. Blood Transfusion, 12, 37-43.
  • Van Dongen, A., Ruiter, R.A., Abraham, C. & Veldhuizen, I.J.T. (2014). Predicting blood donation maintenance: the importance of planning future donations. Transfusion, 54, 821-827.
  • Gollwitzer, P.M. (1999). Implementation intentions: Strong effects of simple plans. Am Psychol, 54, 493-503.
  • Cialdini, R.B. (2001). Influence: science and practice. Boston: Allyn & Bacon.
  • Wevers, A., Wigboldus, D.H.J., Van den Hurk, K., Van Baaren, R. & Veldhuizen, I.J.T. (2015) Increasing first-time blood donation of newly registered donors using implementation intentions and explicit commitment techniques. Vox Sanguinis, 108, 18-26.
  • Arkes, H.R. & Blumer, C. (1985). The psychology of sunk cost. Organ Behav Hum Decis Process, 35, 124–140.

 

 

 
 

Auteur(s) van het artikel

begrippenlijst van artikel

Facebook