Praten over alcohol: Is spreken zilver en zwijgen goud?

Veel gezondheidscampagnes om jongeren te laten minderen met alcohol, roken, of drugs blijken slecht of niet te werken. Zo leidde de National Youth Anti-Drug Media Campaign in de Verenigde Staten, welke ongeveer 1 miljard dollar kostte, tot geen enkel gewenst effect en wilden jongeren na de campagne zelfs liever marihuana gebruiken dan ervoor. Om campagnes te verbeteren, zetten sommige instanties gesprekken tussen jongeren op touw om het ongezonde gedrag te bespreken. Zo zullen ze elkaar stimuleren om zich gezonder te gedragen, is de gedachte. Maar is dat wel zo? Of kan het zelfs averechts werken en leiden tot meer drugs- of alcoholgebruik?

Effecten van gesprekken

Er zijn veel verschillende verklaringen waarom gesprekken over bijvoorbeeld alcohol en anti-alcohol campagnes effecten kunnen hebben op ongezond gedrag. Gesprekken kunnen bijvoorbeeld informatie geven over normen (hoe positief anderen zijn over alcohol of hoeveel anderen drinken; Mollen, Rimal, & Lapinski, 2010; Real & Rimal, 2007), gesprekken kunnen nieuwe informatie verschaffen (waar nieuwe feestjes zijn, wat nieuwe merken zijn), jongeren kunnen beter na gaan denken over hun gedrag tijdens een gesprek, of jongeren kunnen zichzelf tijdens een gesprek overtuigen om meer of minder te drinken (zelf-overtuiging; Bem, 1965). Onderzoek heeft aangetoond dat gesprekken over gezondheid kunnen leiden tot gezond gedrag, maar dat is niet altijd het geval. Zo lieten David, Capella, en Fishbein (2006) jongeren met elkaar praten in online chatrooms over anti-drugs advertenties. Na deze gesprekken werden jongeren in plaats van negatief, juist positiever over marihuana. Ook kregen jongeren, in vergelijking met jongeren die geen gesprekken hadden gevoerd, sterker het idee dat anderen vaker drugs gebruiken. De onderzoekers wijten deze ongewenste effecten van de gesprekken aan het feit dat de jongeren vrij positief spraken over drugs. Soortgelijke resultaten kwamen ook naar voren uit een studie die ik recentelijk met collega's uitvoerde (Hendriks, Van den Putte, De Bruijn, & De Vreese, 2014). In het communicatiewetenschap-lab van de Universiteit van Amsterdam liet ik studenten in tweetallen praten over alcohol. Zo’n gesprek duurde ongeveer vijf minuten en werd opgenomen met een camera. Na het gesprek bleken deze jongeren meer zin te hebben in een biertje te hebben dan wanneer ze niet over alkohol hadden gepraat. Door gerichter naar de gesprekken te kijken, kwamen we erachter dat studenten van nature heel positief over alcohol praten (“alcohol zorgt voor een gezellig avond”; Hendriks, De Bruijn, & Van den Putte, 2012). Als we jongeren daarentegen eerst een anti-alcohol filmpje lieten zien (zoals een video waarin een meisje zich beroerd voelde vanwege te veel drank), dan wilden deze jongeren na een gesprek over alcohol minder graag een biertje drinken, in vergelijking met de jongeren die geen filmpje zagen.

 

Hoe gewenste gesprekken uit te lokken?

In het ene onderzoek (David et al., 2006) bleken jongeren dus positief te praten over drugs na het zien van anti-drugs video’s, terwijl in het andere onderzoek (Hendriks et al., 2012) ze juist negatief gingen praten over alcohol na het zien van een anti-alcohol video. De vraag is dan ook hoe je er als interventie-planner voor zorgt  dat jongeren na een campagne negatief gaan praten over ongezond gedrag, zoals alcohol en drugs, aangezien jongeren uit zichzelf vrij positief zijn over deze onderwerpen. Met andere woorden: welke campagnes leiden nou tot gewenste gesprekken? Dit hebben wij recentelijk onderzocht in een studie waarin we studenten verschillende anti-alcohol campagne-filmpjes lieten zien, die varieerden in de emoties waarop ze inspeelden. We bekeken de effecten van campagnes gericht op humor, walging, of juist angst, en vergeleken deze met een ‘neutrale’ informatieve campagne. Nadat deelnemers 1 van deze video’s hadden gezien, voerden ze een gesprek over alcohol. Het bleek dat wanneer studenten zich angstig voelden na het zien van een anti-alcohol video (bijvoorbeeld door het zien van bloederige ongelukken vanwege teveel drank) ze negatiever gingen praten over alcohol en ook daadwerkelijk minder gingen drinken in de weken daarna (Hendriks, Van den Putte, & De Bruijn, 2013). Dit impliceert dat het opwekken van angst een manier is om gezond gedrag te stimuleren. Het is echter niet altijd zo dat angst een gewenst effect heeft. Als jongeren zich bedreigd voelen door een enge anti-alcohol video is het ook mogelijk dat ze zich juist afkeren van de boodschap (Peters, Ruiter, & Kok, 2013; Ruiter, Kessels, Peters, & Kok, 2014). Angst-campagnes kunnen wel gewenste effecten hebben, maar het is daarbij essentieel is dat jongeren zich in staat achten om hun gedrag te veranderen (een hoge self-efficacy hebben; Witte & Allen, 2000). Het is mogelijk dat jongeren, na het zien van een enge anti-alcohol video, door te praten over alcohol juist naar manieren zoeken om hun gedrag aan te passen en dat dit soort gesprekken juist leiden tot een verhoogde self-efficacy. Of dit zo is zou vervolgonderzoek moeten uitwijzen.

Een andere strategie om gewenste gesprekken uit te lokken zou kunnen zijn om jongeren simpelweg te instrueren om te praten over de negatieve gevolgen van alcohol. In een recente studie hebben we getest of dit werkt. In deze studie vroegen we deelnemers om, na het zien van een anti-alcohol video, te praten over ofwel de negatieve ofwel de positieve effecten van alcohol. Er was ook een controlegroep die niet praatte over alcohol. In lijn met de verwachting vonden we dat jongeren negatiever waren over alcohol en minder graag een biertje wilde drinken nadat ze een gebsoprek hadden gevoerd over de negatieve effecten van alcohol dan wanneer ze geen gesprek hadden gevoerd. Als jongeren over de positieve effecten van alcohol praatten, dan werden ze juist positiever over alcohol en wilden ze graag een biertje drinken. Dit laat zien dat het als campagne-maker erg belangrijk is om je bewust te zijn van wat voor soort gesprekken je oproept.

 

En hoe zit het dan met Facebook en WhatsApp?

De eerdergenoemde onderzoeken zijn vrijwel allemaal uitgevoerd in face-to-face situaties. Het dagelijks leven van jongeren speelt zich echter steeds meer online af, op sites als Facebook en via chatprogramma’s zoals WhatsApp. Dit soort online gesprekken verschillen op belangrijke aspecten van offline gesprekken. Zo zijn online gesprekken meer anoniem, is er minder sociale informatie (zoals non-verbaal gedrag, of het uiterlijk of de status van de ander), en ervaren mensen veelal minder normatieve druk (Dubrovsky, Kielser, & Sethna, 1991; Kiesler, Siegel, & McGuire, 1984; Sassenberg & Boos, 2003). Gezien deze verschillen is het van belang om te weten wat de invloed is van online communicatie. In een studie die ik onlangs met collega’s uitvoerde in het psychologie-lab van de Universiteit Leiden probeerden we de effecten van deze online en offline gesprekken te vergelijken, door jongeren na het zien van een anti-alcohol video ofwel online te laten chatten ofwel face-to-face te laten praten. Daarnaast wilden we onderzoeken of het uit zou maken of jongeren zouden praten met een vriend of met een vreemde. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat gesprekken tussen vreemden vaak negatiever zijn over alcohol zijn dan gesprekken tussen vrienden, met name als de gesprekken offline plaatsvinden (Hendriks, De Bruijn, Meehan, & Van den Putte). In online gesprekken, met name tussen bekenden, is men vaker positief over alcohol en dit kan daarom ertoe leiden dat jongeren meer willen drinken.

Online gesprekken met bekenden vinden vaak plaats, met name op sociale netwerk sites zoals Facebook. Alcohol is een onderwerp waar vaak over wordt gesproken en gepost en recente studies laten zien dat jongeren dit op een zeer positieve manier doen (zoals foto’s op Facebook van lachende jongeren met biertjes in hun handen; Moreno, Briner, Williams, Brockman, Walker, & Christakis, 2010). Gezien de kennis dat dit soort positieve gesprekken over alcohol kunnen leiden tot het drinken van meer alcohol onder jongeren, met alle negatieve gevolgen van dien, is het van belang om meer inzicht te krijgen in hoe negatieve effecten tegengegaan kunnen worden. Met een recent verworven beurs ben ik van plan in kaart te brengen wie dit soort alcohol-posts op Facebook en Instagram plaatsen, en wat de effecten hiervan zijn.

 

Conclusie

Gesprekken tussen jongeren stimuleren zonder de inhoud te sturen is niet zinvol. Sterker nog, het kan drinken onder jongeren juist aanmoedigen. Je wilt als campagnemaker dus richting geven aan een gesprek, bijvoorbeeld door specifieke instructies te geven (“praat met anderen over de negatieve effecten van alcohol”) of door jongeren te laten praten over alcohol na het zien van een (angstige) anti-alcohol reclame (mits daarbij goed op self-efficacy wordt gelet). Deze gesprekken kunnen dan wel degelijk een gunstig effect hebben. Is spreken dus zilver, en zwijgen goud? Het antwoord daarop is helaas niet simpel. Spreken kan zeker een goede interventie-strategie zijn, mits daar goed over na is gedacht. 

 

Literatuurlijst

  • Bem, D. J. (1965). An experimental analysis of self-persuasion. Journal of Experimental Social Psychology, 1, 199-218.
  • Boster F. J., Carpenter, C. J., Andrews, K. R., & Mongeau, P. A. (2012). Employing interpersonal influence to promote multivitamin use. Health Communication, 27, 399-407.
  • David, C., Cappella, J. N., & Fishbein, M. (2006). The social diffusion of influence among adolescents: Group interaction in a chat room environment about antidrug advertisements. Communication Theory, 16, 118-140.
  • Dubrovsky, V. J., Kiesler, S., & Sethna, B. N. (1991). The equalization phenomenon:Status effects in computer-mediated and face-to-face decision-making groups. Human-Computer Interaction, 6, 119-146.
  • Hendriks, H., De Bruijn, G.-J., & Van den Putte, B. (2012). Talking about alcohol consumption: Health campaigns, conversational valence, and binge drinking intentions. British Journal of Health Psychology, 17, 843–853.
  • Hendriks, H., De Bruijn, G.-J., Meehan, O., & Van den Putte, B. Online and offline conversations about alcohol: Comparing the effects of familiar and unfamiliar discussion partners. Manuscript under review.
  • Hendriks, H., Van den Putte, B., & De Bruijn, G.-J. (2013). Changing the conversation: The influence of emotions on conversational valence and alcohol consumption. Prevention Science, 15, 684-693.
  • Hendriks, H., Van den Putte, B., De Bruijn, G.-J., & De Vreese, C. H. (2014).
  • Predicting health: The interplay between interpersonal communication and health campaigns. Journal of Health Communication, 1, 1-12.
  • Hornik, R., Jacobsohn, L., Orwin, R., Piesse, A., & Kalton, G. (2008). Effects of   the National Youth Anti-Drug Media Campaign on youths. American   Journal of Public Health, 98, 2229-2236.
  • Kiesler, S., Siegel, J., & McGuire, T. W. (1984). Social psychological aspects of computer-mediated communication. American Psychologist, 39, 1123-1134.
  • Mollen, S., Rimal, R. N., & Lapinski, M. K. (2010). What is normative in health communication research on norms? A review and recommendations for future scholarship. Health Communication, 25, 544-547.
  • Moreno, M. A., Briner, L. R., Williams, A., Brockman, L., Walker, L., & Christakis, D. A. (2010). A content analysis of displayed alcohol references on a social networking web site. Journal of Adolescent Health, 47, 168-175.
  • Noar, S. M. (2006). A 10-year retrospective of research in health mass media campaigns: Where do we go from here? Journal of Health Communication, 11, 21-42.
  • Peters, G. J. Y., Ruiter, R. A., & Kok, G. (2013). Threatening communication: a critical re-analysis and a revised meta-analytic test of fear appeal theory. Health Psychology Review, 7, 8-31.
  • Sassenberg, K., & Boos, M. (2003). Attitude change in computer-mediated communication: Effects of anonymity and category norms. Group Processes & Intergroup Relations, 6, 405-422.
  • Real, K., & Rimal, R. N. (2007). Friends talk to friends about drinking: Exploring the role of peer communication in the theory of normative social behavior.   Health Communication, 22, 169-180.
  • Ruiter, R. A., Kessels, L. T., Peters, G. J. Y., & Kok, G. (2014). Sixty years of fear appeal research: Current state of the evidence. International Journal of Psychology, 49, 63-70.
  • Witte, K., & Allen, M. (2000). A meta-analysis of fear appeals: Implications for effective public health campaigns. Health Education & Behavior, 27, 591-  615.

 

 

 

Auteur(s) van het artikel

begrippenlijst van artikel

Facebook