Spiegelen van pupil-grootte geeft vertrouwen

Tijdens intieme interacties maken mensen veel oogcontact. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat als twee mensen elkaar aankijken, hun pupillen even groot worden. Dit spiegelen van pupilgrootte lijkt een basaal mechanisme te zijn dat belangrijk is voor het ontstaan van vertrouwen. Tenminste, dit geldt tijdens interacties met een persoon van dezelfde groep (zoals een Nederlander) en niet met iemand van een andere groep (zoals een Japanner).

Herkenning van emoties en intenties

Samenwerking en vertrouwen vormen de basis voor het succes van groepen (Bowles, & Gintis, 2011; De Dreu et al, 2010; Parken, Joireman, & Van Lange, 2013). Echter, iedere groep bestaat uit individuen die zich niet altijd aan de groep aanpassen en voor zichzelf kiezen. Om die reden is het voor individuen belangrijk om leugenaars, meelifters en oplichters te herkennen, om zo te voorkomen dat zijzelf ten prooi vallen aan uitbuiting of verraad (Axelrod & Hamilton, 1981; Cosmides & Tooby, 2005; Komorita & Parks, 1995). Gelukkig heeft evolutie ons geholpen aan een stel hersenen dat hier optimaal tot in staat is: mensen hebben in minder dan een oogwenk door wat andermans emoties en intenties zijn (Adolphs, Tranel, & Damasio, 1998; Cosmides & Tooby, 2005; Tamietto & de Gelder, 2010; Winston, Strange, O’Doherty, & Dolan, 2002). Die onmiddellijke herkenning versoepelt samenwerking, iets waar onze soort in uitblinkt.

Maar hoe werkt die snelle inschatting van andermans emoties en intenties precies? In de communicatie met anderen maken we gebruik van zichtbare kenmerken van de ander zoals diens gelaatstrekken en uitingen van emotie (Kret, 2015). Een gezicht staat nooit stil en trekt door die dynamiek de aandacht. Door de stroom van subtiele veranderingen, minieme verschuivingen in spieractiviteit in het gezicht van onze interactiepartner en door het kopiëren ( spiegelen) van die veranderingen in ons eigen gezicht krijgen we inzicht in de gevoelens van de ander (Hatfield, Cacioppo, & Rapson, 1994; Hess & Fischer, 2013). Hoewel deze verschuivingen in expressie en de dynamiek tussen twee interactiepartners onbewust zijn, hebben ze invloed op ‘bewuste’ beslissingen. Vaak wordt een beslissing, bijvoorbeeld de beslissing of we een onbekende vertrouwen of niet, gedreven door intuïtie en het spiegelen van emoties speelt daarin een belangrijke rol. 

Zoals gezegd, het herkennen van emoties wordt vergemakkelijkt door het spiegelen hiervan. Dit spiegelgedrag gebeurt op meerdere niveaus, variërend van lichaamshouding en gezichtsexpressie tot hartslag en de grootte van iemands pupillen (Van Baaren, Holland, Kawakami & van Knippenberg, 2004; Harrison et al., 2006; Kret, Tomonaga & Matsuzawa, 2014; Kret, Fischer & de Dreu, 2015). Iemands eigen pupil-grootte is een belangrijk signaal waar men geen controle over heeft en reflecteert, naast veranderingen in licht, diverse mentale processen zoals stress, opgewondenheid en interesse. Pupilgrootte is een ‘hot-topic’ in de onderzoekswereld, meestal wordt pupilgrootte gemeten, bijvoorbeeld om de grootte te vergelijken tijdens het kijken naar verschillende emotionele uitingen (Kret, Roelofs, Stekelenburg, & de Gelder, 2013; Kret, Stekelenburg, Roelofs, & de Gelder, 2013). Het handjevol studies dat heeft gekeken naar hoe mensen met grote versus kleine pupillen door anderen gezien worden laat zien dat iemand met grote pupillen als vriendelijker, warmer en aantrekkelijker wordt ervaren dan iemand met kleine pupillen (zie de pupillen van Walt Disneys’ Bambi versus de Grote Boze Wolf) (Hess, 1975; Demos et al., 2008). De pupil weerspiegelt dus niet alleen iemands gemoedstoestand, maar communiceert deze ook aan interactiepartners.. Hoe dat precies gebeurt, hebben wij onderzocht.

Belang van ogen en pupil-synchronisatie

Voor soepele communicatie tussen twee mensen zijn de ogen en oogcontact dus enorm belangrijk. Ogen trekken van jongs af aan de aandacht. Bovendien mogen onze ogen gezien worden. Als enige diersoort op aarde hebben we oogwit dat zichtbaar is (en zich niet slechts aan de achterkant van de oogbol bevindt). In de menselijke evolutie is dit oogwit ontstaan om non-verbale communicatie via de ogen te vergemakkelijken (Kobayashi, & Kohshima, 1997). Dit oogwit contrasteert met onze gekleurde iris en zuigt de aandacht naar het midden van het oog toe, naar de zwarte pupil, wiens grootte automatisch gespiegeld wordt door waarnemenrs. Is pupil-synchronisatie typisch menselijk? Zou het ontstaan kunnen zijn in de tijd dat onze soort oogwit kreeg? Of is het evolutionair gezien ouder? Het antwoord wordt gegeven in een vergelijkend onderzoek bij mensen en chimpansees. In een experiment lieten we chimpansees en mensen op een beeldscherm kijken naar de ogen van chimpansees en mensen. In deze virtuele ogen hadden we de pupilgrootte aangepast. De pupillen werden groter of kleiner. Tegelijkertijd maten we met een eye-tracker (een speciale camera) of de pupillen van de menselijke proefpersonen en de chimpansee-proefpersonen zich aanpasten aan de pupillen die te zien waren op het scherm. Dit bleek zo te zijn, maar alleen tijdens interacties met de eigen soort. Mensen synchroniseerden met mensen en niet met chimpansees, en chimpansees synchroniseerden met chimpansees maar niet met mensen. Pupil-synchronisatie lijkt dus een evolutionair ouder fenomeen te zijn en belangrijk in verschillende diersoorten (Kret, Tomonaga & Matsuzawa, 2014).

Vertrouwen door pupil-synchronisatie

Waarom passen onze pupillen zich aan elkaar aan? Over het “nut” van pupil-synchronisatie kon tot nu toe enkel gegist worden. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het belangrijk kan zijn voor het ontstaan van vertrouwen (Kret et al., 2015). In deze studie werkten proefpersonen samen met een fictieve partner. Van hun partner werden alleen de ogen getoond op een computerscherm. De pupillen van de partner vergrootten, verkleinden of bleven gelijk over een periode van elke keer 4 seconden. Na het zien van een paar ogen moesten mensen kiezen hoeveel ze wilde investeren in hun partner, een indicatie van het vertrouwen in de ander. Met een eye-tracker maten we of de pupilgrootte van de testpersonen die van de getoonde ogen spiegelden. Net als in eerder onderzoek bleek dat andermans pupilgrootte wordt opgepikt door waarnemers, wiens pupillen automatisch synchroniseren. Echter, er werd ook een andere belangrijke bevinding gedaan. Net als in de studie met chimpansees, deed het ertoe tot welke groep de getoonde ogen behoorde. Alle deelnemers waren van Europese afkomst, maar de ogen die we lieten zien waren van Nederlandse of Japanse afkomst. Het meegaan met pupillen die groter worden, een positief signaal, het Bambi-effect, was sterker in interacties met de Nederlandse partner, terwijl het spiegelen van pupillen die kleiner worden, een negatief signaal, beter ging met de Japanse partner. Over het algemeen werd er in partners met pupillen die vergrootten meer geld geïnvesteerd dan in partners wiens pupillen gelijk bleven of die kleiner werden. Interessant genoeg bleek dat het spiegelen van de groter wordende pupillen samenging met hogere investeringen in Nederlandse, maar niet in Japanse partners. Mensen laten hun investeringsbeslissing dus onbewust deels afhangen van hun pupil-reactie op pupilveranderingen in de interactiepartner.

Toekomstig onderzoek

Over pupil-synchronisatie bestaan nog vele vragen en toekomstig onderzoek zal de diepte èn breedte in moeten gaan om deze te beantwoorden. Door de neurale mechanismen te bestuderen kunnen we er bijvoorbeeld achter komen of dit fenomeen te maken heeft met empathie. Om daar meer inzicht in te krijgen is het ook essentieel om pupil-synchronisatie in meerdere contexten te onderzoeken, in het lab, maar ook daarbuiten en in verschillende situaties. Gezonde mensen maken, zonder dat ze zich daar perse bewust van zijn, elke dag enorm veel oogcontact. Mensen met autisme, sociale angst en depressie daarentegen, hebben vaak weinig vertrouwen in anderen en maken minder oogcontact. Als nader onderzoek inderdaad pupil-synchronisatie en de link met vertrouwen bevestigt en dit gezien kan worden als een heel primaire manier om een sociale band te vormen of te bevorderen, dan zal een toepassing in de klinische praktijk niet ondenkbaar zijn.

Referenties

  • Adolphs, R., Tranel, D., & Damasio, A. R. (1998). The human amygdala in social judgment. Nature, 393, 470–474.
  • Axelrod, R., & Hamilton, W. D. (1981). The evolution of cooperation. Science, 211, 1390–1396.
  • Bowles, S., & Gintis, H. (2011). A cooperative species: Human reciprocity and its evolution. Princeton, NJ: Princeton University Press.
  • Cosmides, L., & Tooby, J. (2005). Detecting cheaters. Trends in Cognitive Sciences, 9, 505–506.
  • De Dreu, C. K. W., Greer, L. L., Handgraaf, M. J., Shalvi, S., Van Kleef, G. A., Baas, M., . . . Feith, S. W. W. (2010). The neuropeptide oxytocin regulates parochial altruism in intergroup conflict among humans. Science, 328, 1408–1411.
  • Demos, K. E., Kelley, W. M., Ryan, S. L., Davis, F. C., & Whalen, P. J. (2008). Human amygdala sensitivity to the pupil size of others. Cerebral Cortex, 18, 2729–2734.
  • Harrison, N. A., Singer, T., Rotshtein, P., Dolan, R. J., & Critchley, H. D. (2006). Pupillary contagion: Central mechanisms engaged in sadness processing. Social Cognitive and Affective Neuroscience, 1, 5–17.
  • Hatfield, E., Cacioppo, J. T., & Rapson, R. L. (1994). Emotional contagion. Cambridge, England: Cambridge University Press.
  • Hess, E. H. (1975). The role of pupil size in communication. Scientific American, 233(5), 110–112, 116–119.
  • Kret, M. E. (2015). Emotional expressions beyond facial muscle actions: A call for studying autonomic signals and their impact on social perception. Frontiers in Psychology, 6(711).
  • Kret, M. E., Fischer, A. H., de Dreu, C. K. W. (2015). Pupil mimicry correlates with trust in in-group partners with dilating pupils. Psychological Science, 26(9), 1401-1410.
  • Kret, M.E., Roelofs, K., Stekelenburg, J.J., & de Gelder, B. (2013). Emotional cues from faces, bodies and scenes influence observers’ face expressions, fixations and pupil size Frontiers in Human Neuroscience, 7(810).
  • Kret, M.E., Stekelenburg, J.J., Roelofs, K., & de Gelder, B. (2013). Perception of face and body expressions using EMG and gaze measures. Frontiers in Psychology, 4(28).
  • Parks, C. D., Joireman, J., & Van Lange, P. A. M. (2013). Cooperation, trust, and antagonism: How public goods are promoted. Psychological Science in the Public Interest, 14, 119–165.
  • Tamietto, M., & de Gelder, B. (2010). Neural bases of the nonconscious perception of emotional signals. Nature Reviews Neuroscience, 11, 697–709.
  • Van Baaren, R. B., Holland, R. W., Kawakami, K., & van Knippenberg, A. (2004). Mimicry and prosocial behavior. Psychological Science, 15(1), 71-74.
  • Winston, J. S., Strange, B. A., O’Doherty, J., & Dolan, R. J. (2002). Automatic and intentional brain responses during evaluation of trustworthiness of faces. Nature Neuroscience, 5, 277–283.

Auteur(s) van het artikel

begrippenlijst van artikel

Facebook