De vrijheid van meningsuiting: Een recht voor iedereen of enkel voor gelijkgestemden?

De vrijheid van meningsuiting voor ieder individu wordt vaak gezien als een hoeksteen van een democratische samenleving. In vele Europese landen wordt de vrijheid van meningsuiting zelfs als een belangrijkere deugd gezien dan regelmatig verkiezingen hebben, vrije toegang tot internet hebben en het bestaan van oppositie partijen (Pew Research Center, 2019). De vrijheid van meningsuiting is meer dan een deugd; het is een recht dat is opgenomen in de grondwet van vele landen, zoals die van België en Nederland, en in internationale verdragen, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Someone holding a fist before their face with a dark red cross painted on it.

Afbeelding van Piqsels (https://www.piqsels.com/da/public-domain-photo-ojrws)

Echter, de vrijheid van meningsuiting is niet absoluut en de balans tussen de vrijheid van meningsuiting en aanzetten tot haat kan verschillend worden geïnterpreteerd. Een recent voorbeeld hiervan is de lezing gegeven door plastisch chirurg Jeff Hoeybergs, aan een studentenclub van de Universiteit Gent, waarin hij verschillende vrouwonvriendelijke uitspraken deed. Na de omstreden lezing ontving het instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen meer dan 1,000 klachten vanwege seksisme. Jeff Hoeybergs verdedigde zich door te stellen dat hij gebruik maakte van zijn fundamenteel recht op vrije meningsuiting (Rooms, 2019). Psychologisch onderzoek onderzocht de dunne lijn tussen de vrijheid van meningsuiting en ‘hate speech’. Onderzoekers toonden aan dat zich beroepen op het recht van vrijheid van meningsuiting inderdaad soms strategisch gebruikt wordt, als een dekmantel voor vooroordelen (White & Crandall, 2017). Bijvoorbeeld, mensen met meer vooroordelen ten aanzien van etnische minderheden ondersteunen het recht op vrijheid van meningsuiting in de specifieke context van racistische liederen of racistische opmerkingen op sociale media meer, ondanks dat deze individuen het recht op vrijheid van meningsuiting in het algemeen niet in sterkere mate ondersteunen.

Dit betekent uiteraard niet dat mensen enkel de vrijheid van meningsuiting ondersteunen wanneer het hen goed uitkomt. Voor sommige mensen is dit een fundamenteel recht, dat ze ook verdedigen voor het verkondigen van ideeën waar ze het zelf niet mee eens zijn. Een recent onderzoek met bijna 19,500 participanten onderzocht het ondersteunen van de vrijheid van meningsuiting voor diverse groepen uit het ideologische spectrum, zoals homoseksuelen, atheïsten, communisten, moslim predikanten, racisten, diepgelovige christenen, enzovoorts (De keersmaecker, Bostyn, Van Hiel, & Roets, 2020). In lijn met voorgaand onderzoek (Brandt & Crawford, 2016) werd gevonden dat ook mensen met een hogere intelligentie relatief meer positieve gevoelens hadden ten aanzien van bepaalde groepen en relatief minder positieve gevoelens hadden ten aanzien van andere groepen. Desondanks toonde het onderzoek aan dat hogere niveaus van intelligentie gerelateerd waren aan het meer ondersteunen van de vrijheid van meningsuiting voor alle groepen, dus  ook voor de groepen voor wie men minder positieve gevoelens had. De verklaring die voor dit verband wordt gegeven is dat intelligentere mensen in het algemeen meer respect hebben voor andere opinies, minder overtuigd zijn van het eigen  gelijk en meer waarde hechten aan de uitwisseling van ideeën. Voor mensen met een hogere intelligentie is de vrijheid van meningsuiting dus niet enkel een recht voor gelijkgestemden, en voor hen lijken de beroemde woorden van Evelyn Hall het meest toepasselijk: “I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it” (Tallentyre, 1906, p. 199).

Referenties

Brandt, M. J., & Crawford, J. T. (2016). Answering unresolved questions about the relationship between cognitive ability and prejudice. Social Psychological and Personality Science, 7, 884-892.

De keersmaecker, J., Bostyn, D. H., Van Hiel, A., & Roets (2020). Disliked but free to speak: Cognitive ability is related to supporting freedom of speech for groups across the ideological spectrum. Social Psychological and Personality Science.

Pew Research Center (2019). European public opinion three decades after the fall of communism. Retrieved from: https://www.pewresearch.org.

Rooms, B. (2019). Studentenclub KVHL wordt 2 maanden geschorst en moet afstand nemen van uitspraken Jeff Hoeyberghs. Retrieverd from: https://www.vrt.be.

Tallentyre, S. G. (1906). The Friends of Voltaire. London: Smith, Elder, & Co.

White, M. H., II, & Crandall, C. S. (2017). Freedom of racist speech: Ego and expressive threats. Journal of Personality and Social Psychology, 113, 413-429.