’10 signalen dat jij ADHD hebt’: Over zelfdiagnoses op sociale media


Afbeelding van Pexels

 

’10 signalen dat jij ADHD hebt’, ‘Als je deze dingen doet, heb je waarschijnlijk autisme’, ‘Dingen waarvan ik niet wist dat ze een signaal voor OCD waren’. De kans is groot dat je al eens zo’n video zag passeren op TikTok of Instagram. Dit soort filmpjes is namelijk immens populair, vooral bij jongeren (Corzine & Roy, 2024; de Vries et al., 2025). 

Ook psychologen merken deze trend in hun klinische praktijk. Steeds vaker melden mensen zich aan omdat ze zich zorgen maken dat ze een bepaalde diagnose hebben, nadat ze zichzelf herkenden in een video op sociale media. Op het eerste gezicht lijkt dat een positieve evolutie: misschien daalt het stigma rond mentale gezondheid en durven mensen sneller hulp te zoeken. Dat is zeker een goede zaak. Toch zijn er belangrijke kanttekeningen te maken bij deze ‘zelfdiagnosevideo’s’.

 

Social media video’s bevatten misinformatie 

Uit recent Nederlands onderzoek (de Vries et al., 2025) blijkt bijvoorbeeld dat meer dan de helft van de kenmerken die in zulke video’s genoemd worden, niet overeenkomen met de officiële klinische criteria voor een diagnose. In video’s over ADHD wordt vaak gesproken over zaken zoals ‘doorway amnesia’ (een kamer binnenwandelen en vergeten wat je daar kwam doen), ‘rejection sensitivity’, ‘time blindness’ of ‘ADHD-hyperfocus’. Wanneer we echter kijken naar de officiële criteria voor ADHD, zoals beschreven in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed.; DSM–5; American Psychiatric Association [APA], 2013); het handboek dat gebruikt wordt voor psychiatrische diagnosestelling, dan zien we dat geen van deze termen voorkomt in de lijst van officiële symptomen. Bovendien blijkt uit datzelfde onderzoek dat het merendeel van de reacties onder zulke video’s deze kenmerken bevestigt als typische symptomen van de stoornis. Op die manier wordt foutieve of onvolledige informatie verder verspreid en sociaal bekrachtigd.

 

Social media video’s blurren de grens tussen normaal gedrag of een klinische stoornis 

Dat mensen met ADHD deze ervaringen kunnen hebben, klopt uiteraard. Maar ze zijn geen noodzakelijke voorwaarde om de diagnose te krijgen. En minstens even belangrijk: ook mensen zonder diagnose kunnen deze ervaringen hebben. Sterker nog, onderzoek toont aan dat bijna alle ‘symptomen’ die in zulke video’s worden opgesomd, in zekere mate door iedereen weleens worden ervaren. Wanneer normaal menselijk gedrag wordt voorgesteld als een mogelijk teken van een psychiatrische stoornis, spreken we van ‘overpsychiatrisering’. Gewone, alledaagse ervaringen krijgen dan een klinisch label. Dat kan verschillende negatieve gevolgen hebben. Vooral kinderen en jongeren die zich herkennen in deze kenmerken, kunnen beginnen twijfelen of hun gedrag wel ‘normaal’ is. Dat kan hun zelfbeeld en welbevinden ondermijnen (Harari et al., 2023).  

Een bijkomend effect is dat begrippen zoals ADHD, autisme of OCD steeds ruimer worden ingevuld. In de wetenschappelijke literatuur wordt dit ‘concept creep’ genoemd (de Vries et al., 2025; Haslam, 2016): de betekenis van een psychologisch concept schuift geleidelijk op en wordt breder dan oorspronkelijk bedoeld. Waar vroeger een duidelijke lijst van criteria nodig was om tot een diagnose te komen, lijkt nu bijna elke gedraging als mogelijk symptoom te kunnen gelden. 

Dat heeft ook maatschappelijke gevolgen. Wanneer ‘iedereen’ zich herkent in bepaalde kenmerken, kan de ernst van zulke diagnoses worden onderschat. Uitspraken als ‘iedereen heeft toch een beetje ADHD’ of ‘ik doe dat ook en ik functioneer prima’ zijn daar voorbeelden van. Voor mensen met een officiële diagnose kan dit nadelig zijn: ze krijgen minder begrip of ondersteuning, worden niet altijd ernstig genomen of durven minder snel hulp vragen uit angst om niet geloofd te worden. Wat op het eerste gezicht meer openheid lijkt, kan zo paradoxaal genoeg ook nieuwe vormen van stigmatisering met zich meebrengen (Ndour & Foulkes, 2025).

Ten slotte is er de impact op de hulpverlening. De wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg zijn al lang. Wanneer steeds meer mensen overtuigd raken dat alledaagse ervaringen wijzen op een klinische stoornis, kan dit de druk op het systeem verder verhogen. Dat betekent niet dat hun bezorgdheid niet oprecht is, maar het kan er wel toe leiden dat er minder tijd en middelen beschikbaar zijn voor mensen met ernstige klachten (Corzine & Roy, 2024; de Vries et al., 2025).

 

Wanneer wel hulp zoeken? 

Dit wil natuurlijk allemaal niet zeggen dat zelfdiagnosevideo’s op sociale media per definitie schadelijk zijn. Voor sommige mensen kunnen ze net de drempel naar hulpverlening verlagen. De kernvraag is dus niet of mensen hulp mogen zoeken, maar hoe we het onderscheid maken tussen herkenbare menselijke ervaringen en een klinische stoornis. Een cruciaal criterium dat in vrijwel alle DSM-diagnoses terugkomt, is dat er sprake moet zijn van significante lijdensdruk of duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren (APA, 2013). Een mogelijke vuistregel kan daarom zijn: zolang jij, of je omgeving, geen duidelijke hinder ondervinden en je goed blijft functioneren op school, op je werk en in je relaties, is er waarschijnlijk geen sprake van een klinische stoornis. Niet elk herkenbaar gedrag vraagt om een psychiatrisch label.

 

Literatuurlijst

American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). https://doi.org/10.1176/appi.books.9780890425596 

Corzine, A., & Roy, A. (2024). Inside the black mirror: Current perspectives on the role of social media in mental illness self-diagnosis. Discover Psychology, 4(1), 40. https://doi.org/10.1007/s44202-024-00152-3

de Vries, W., Batstra, L., & van Assen, A. (2025). Exploring concept creep: Youth’s portrayal of ADHD on TikTok. SSM - Mental Health, 8, 100489. https://doi.org/10.1016/j.ssmmh.2025.100489

Harari, L., Oselin, S. S., & Link, B. G. (2023). The Power of Self-Labels: Examining Self-Esteem Consequences for Youth with Mental Health Problems. Journal of Health and Social Behavior, 64(4), 578-592. https://doi.org/10.1177/00221465231175936

Haslam, N. (2016). Concept Creep: Psychology’s Expanding Concepts of Harm and Pathology. Psychological Inquiry, 27(1), 1-17. https://doi.org/10.1080/1047840X.2016.1082418

Ndour, A., & Foulkes, L. (2025). The romanticisation of mental health problems in adolescents and its implications: A narrative review. European Child & Adolescent Psychiatry, 34(8), 2297-2326. https://doi.org/10.1007/s00787-025-02701-0