Bestaan er 'goede' en 'slechte' manieren om met emoties om te gaan?
Bron: ChatGPTWe krijgen vaak de indruk dat we emoties op de juiste manier moeten aanpakken: niet te veel in blijven hangen, niet wegduwen, het liefst rustig voelen, proberen begrijpen en daarna loslaten. Als je maar de juiste strategie kiest, komt het wel goed.
Maar wie eerlijk naar zijn eigen emoties kijkt, merkt al snel dat het zo niet werkt.
Wat vandaag helpt, kan morgen niets doen. Wat in de ene situatie oplucht, voelt in een andere benauwend. Toch blijven we zoeken naar duidelijke richtlijnen: Dit moet je doen. Dat liever niet.
Misschien is de vraag niet wat de juiste strategie is, maar wanneer iets werkt — en wanneer niet.
Wat bedoelen we eigenlijk met emotieregulatie?
Emotieregulatie verwijst naar alles wat mensen doen om met hun emoties om te gaan:hoe emoties ontstaan, hoe we ze begrijpen, hoe we ze ervaren en hoe we er invloed op uitoefenen (Thompson, 1994). Er zijn heel veel verschillende manieren om emoties te reguleren. Enkele vaak voorkomende manieren zijn:
• even afstand nemen
• praten met iemand
• jezelf afleiden
• emoties toelaten
• dingen opnieuw proberen te bekijken
• …
Omdat dat zo’n breed geheel is, heeft onderzoek lange tijd geprobeerd orde te scheppen door strategieën in te delen in “adaptief” (goed)" en “maladaptief” (slecht)".
De klassieke indeling: goed versus slecht
In die traditionele indeling werden sommige strategieën als gezond gezien — zoals herwaarderen (een nieuwe interpretatie geven aan de gebeurtenis), probleemoplossing of aanvaarding. Andere, zoals vermijden, onderdrukken of piekeren, kregen al snel het label problematisch. Die indeling is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Grote overzichtsstudies tonen aan dat bepaalde strategieën (zoals vermijden en piekeren) vaker voorkomen bij psychische klachten, zoals angst en depressie (Aldao et al., 2010). Dat versterkte het idee dat sommige manieren van omgaan met emoties fundamenteel verkeerd zijn. Toch vertelt dit verhaal maar een deel van de waarheid.
Waarom context belangrijker is dan het type strategie
Meer recente inzichten laten zien dat het effect van een strategie sterk afhangt van de context. Dezelfde manier van omgaan met emoties kan op korte termijn helpend zijn, maar op lange termijn nadelen hebben — of omgekeerd. Hierdoor verschuift de focus langzaam van welke strategie iemand gebruikt naar hoe flexibel iemand ermee omgaat (Bonanno & Burton, 2013). Met andere woorden: niet de strategie op zich is doorslaggevend, maar of je kunt afstemmen en schakelen.
Wanneer is een strategie helpend?
Onderzoek suggereert dat een strategie vooral werkt wanneer ze aansluit bij drie dingen (Gross, 2015):
• de situatie
• het doel dat je op dat moment hebt
• je emotionele draagkracht
Ben je overweldigd? Dan kan afstand nemen of afleiding helpen om eerst tot rust te komen. Is een emotie beheersbaar en betekenisvol? Dan kan het juist helpend zijn om stil te staan bij wat je voelt. Problemen ontstaan meestal niet door wat iemand doet, maar door hoe vast dat gedrag wordt. Een strategie verliest haar kracht wanneer ze automatisch wordt ingezet, ongeacht de situatie, of wanneer ze structureel contact met emoties vermijdt (Aldao et al., 2010).
Een herkenbaar voorbeeld: afstand nemen
Stel: iemand krijgt onverwacht kritiek op het werk en voelt schaamte en spanning opkomen. Die persoon besluit het gesprek mentaal even te parkeren en zich te focussen op praktische taken. In dat moment kan afstand nemen helpend zijn. Het voorkomt escalatie en geeft ademruimte. Maar stel dat diezelfde persoon dit altijd doet zodra schaamte of onzekerheid opduikt. Gesprekken worden vermeden, feedback wordt niet meer besproken, en er ontstaat steeds minder ruimte om te begrijpen wat die emoties betekenen. Wat eerst hielp om overeind te blijven, begint dan te knellen.
Het verschil zit niet in de strategie zelf, maar in haar rol. Afstand nemen kan helpen om even adem te halen, zolang het ook toelaat om later terug te kijken. Wanneer het de enige reactie wordt op elke moeilijke emotie, verliest de strategie haar functie en is er een gebrek aan flexibiliteit (Bonanno & Burton, 2013; Pruessner et al., 2020).
Tot slot
Emotieregulatie is geen lijstje met juiste technieken. Het is een afstemmingsproces. Goede emotieregulatie betekent niet dat je altijd hetzelfde doet, maar dat je kunt blijven vragen: Past dit bij wat ik nu nodig heb — en kan ik ook iets anders proberen als dat nodig is? Die flexibiliteit blijkt uiteindelijk een heel belangrijke eigenschap.
Referenties:
Aldao, A., Nolen-Hoeksema, S., & Schweizer, S. (2010). Clinical Psychology Review, 30(2), 217–237.
Bonanno, G. A., & Burton, C. L. (2013). Perspectives on Psychological Science, 8(6), 591–612.
Gross, J. J. (2015). Emotion regulation: Current status and future prospects. Psychological Inquiry, 26(1), 1–26.
Pruessner, L., Barnow, S., Holt, D. V., Joormann, J., & Schulze, K. (2020). A cognitive control framework for understanding emotion regulation flexibility. Emotion, 20(1), 21–29. https://doi.org/10.1037/emo0000658
Thompson, R.A. (1994). Emotion regulation: A theme in search of definition. Monographs of the Society for Research in Child Development, 59, 25–52. https://doi.org/10.1111/j.1540-5834.1994.tb01276.x


