Naar de Toekomst Kijken: De Toekomstige Zelf als Motor voor Verandering
Taken uitstellen, een geïrriteerde e-mail versturen, iets kopen in een opwelling: we kennen het allemaal. Het voelt nu goed om te doen, maar de gevolgen voor de lange termijn zijn vaak minder positief. We moeten regelmatig een afweging maken tussen wat nu goed voelt en wat op de lange termijn beter voor ons is. Vaak weten we wel wat de betere keuze is, maar het kiezen van die verstandige optie is lang niet altijd gemakkelijk. Onze toekomstige zelf kan hier mogelijk bij helpen.
Afbeelding: gegenereerd met gebruik van Gemini.
Waarom toekomstgericht denken ertoe doet
De menselijke neiging om direct genot te verkiezen boven een verstandige keuze op de lange termijn werd al zeer vroeg opgemerkt. Aristoteles beschreef dit fenomeen al in zijn Ethica Nicomachea als een gebrek aan wilskracht, oftewel akrasia. Tegenwoordig spreken we meestal van ‘zelfcontrole’, of preciezer: een gebrek daaraan. Zelfcontrole wordt vaak opgevat als het vermogen om impulsen te onderdrukken en verleidingen te weerstaan. Impliciet zit daarin de gedachte dat mensen doorgaans wel weten wat de juiste keuze is, maar er toch niet in slagen die keuze ook daadwerkelijk te maken.
Hoewel dit voor de meesten van ons herkenbaar is bestaan er grote individuele verschillen. Voor sommige mensen heeft het (on)vermogen hun gedrag af te stemmen op de lange termijn serieuze consequenties op verschillende levensdomeinen. Dergelijke gebrekkige zelfcontrole ligt bijvoorbeeld vaak ten grondslag aan uiteenlopende vormen van problematisch gedrag, zoals roken, alcoholmisbruik, gokken, ongezonde voeding, schooluitval en ook delinquentie (bijv. Rutchick et al., 2018; Van Gelder & Frankenhuis, 2025). Wat deze gedragingen met elkaar gemeen hebben, is dat de voordelen ervan onmiddellijk worden ervaren, terwijl de kosten zich pas veel later aandienen.
Het omgekeerde is vaak het geval voor toekomstgericht gedrag. Vandaag geld opzijzetten om een appeltje voor de dorst te hebben voor morgen, nu hard studeren om later een goede baan te kunnen krijgen, of het trainen voor een marathon, vragen vaak juist om opoffering in het heden. Als je bijvoorbeeld over een half jaar een marathon wil lopen, moet je in plaats van op de bank neerploffen om uit te rusten na een lange werkdag je vermoeidheid zien te overwinnen (en de verleiding van Netflix weerstaan) en je hardloopschoenen aansnoeren om niet met je training schema achterop te raken.
Toch is het vermogen om verleidingen te weerstaan of impulsen te onderdrukken maar een deel van het verhaal bij toekomstgerichte keuzes. Ook ons vermogen om de toekomst voor te stellen blijkt belangrijk. Dit vermogen, dat ook wel wordt omschreven als episodic future thinking of mental time travel, stelt mensen in staat om zich mogelijke toekomstige situaties voor te stellen, uitdagingen te voorzien en hun huidige keuzes en gedrag daarop af te stemmen (Roepke & Seligman, 2015; Suddendorf et al., 2022). Een sterk vermogen tot toekomstgericht denken wordt in verband gebracht met eerdergenoemde positieve uitkomsten, zoals sparen, onderwijs en gezondheid. Omgekeerd worden tekorten in dit vermogen geassocieerd met onaangepast en kortzichtig gedrag, waaronder middelenmisbruik, gokken en delinquentie (Van Gelder & Frankenhuis, 2025) en gelden ze ook als kenmerken van psychische stoornissen, zoals depressie (Roepke & Seligman, 2015; Webb & Van Gelder, 2025). De vraag die zich voordoet is: hoe kunnen we het vermogen tot toekomstgericht denken vergroten? Een recent perspectief dat poogt dit vermogen te vergroten, koppelt het aan de persoonlijke identiteit en maakt onderscheid tussen onze ‘huidige zelf’, dus wie we op dit moment zijn, en onze toekomstige zelf, de persoon die we later zullen worden.
De toekomstige zelf
Mensen die geen sterke psychologische band ervaren met hun toekomstige zelf blijken mogelijke nadelige langetermijngevolgen van hun beslissingen vaker te onderschatten of minder zwaar mee te wegen in vergelijking met personen die wel een sterke band voelen (Hershfield, 2018). Om dit beter te begrijpen, kunnen we onze relaties tot andere personen als uitgangspunt nemen. Met personen die dicht bij ons staan en met wie we een sterke band ervaren, zoals onze kinderen, ouders, partners of vrienden, zijn we eerder geneigd rekening te houden en offers voor te brengen dan voor personen die verder weg staan. Wanneer je nauwelijks een band voelt met je toekomstige zelf, dan kan deze aanvoelen als een vage kennis of vreemde. Het is dan niet onlogisch om de gevolgen voor deze vreemde niet al te zwaar te laten wegen in je keuzes in het hier en nu (Frederick et al., 2002). Voor mensen die een sterke psychologische connectie ervaren met hun toekomstige zelf, daarentegen, voelt deze eerder aan als een vriend of familielid met wie ze zich emotioneel verbonden voelen en met wie ze derhalve meer bereid zijn rekening te houden. Voor deze bevriende zelf zijn we dus veel eerder geneigd offers in het heden te brengen (Hershfield, 2018). Zulke offers worden dan ook niet gezien als lijden of verlies, maar veeleer als investeringen in toekomst en welzijn. Denk aan het eerdergenoemde voorbeeld van het trainen voor een marathon. Hierbij kan er een verschil zijn tussen de behoeftes van de huidige zelf (op de bank neerploffen en Netflix aanzetten) en de wensen van de toekomstige zelf (een marathon hebben uitgelopen). Ondanks je vermoeidheid toch van de bank opstaan om te gaan trainen voor de marathon is dus een investering die je doet ten behoeve van jezelf als finisher wanneer je de marathon hebt uitgelopen.
Deze persoonlijke band met de toekomstige zelf, ook wel identificatie met een toekomstige zelf genoemd, wordt over het algemeen gezien als bestaande uit drie elementen: de mate waarmee mensen hun toekomstige zelf levendig kunnen inbeelden, de mate waarin dit beeld positief (versus negatief) is, en de mate waarin ze zich ermee verbonden voelen (Bixter et al., 2021). Levendigheid heeft betrekking op hoe concreet en gedetailleerd mensen hun toekomstige zelf voor zich kunnen zien: hoe scherper het beeld, hoe “echter” de toekomstige zelf aanvoelt. Een positiever toekomstbeeld vergroot doorgaans de motivatie om keuzes te maken die de gewenste zelf dichterbij brengen. Tot slot zijn mensen meer geneigd om in het heden beslissingen te nemen die hun toekomstig welzijn ondersteunen als ze zich verbonden voelen met hun toekomstige zelf.
Er is meer en meer empirisch bewijs dat identificatie met de toekomstige zelf een rol speelt in toekomstgericht gedrag. Zo is een toename in levendigheid van de toekomstige zelf gelinkt aan academisch succes (McMichael et al., 2021) en een afname in delinquent gedrag (Van Gelder et al., 2013; 2015), terwijl meer verbondenheid gelinkt is aan een gezonde leefstijl (Rutchick et al., 2018) en pensioensparen (Hershfield et al., 2011).
Maar hoe versterk je de band met je toekomstige zelf? Recent onderzoek laat zien dat technologie hiervoor nieuwe mogelijkheden biedt en kan helpen om theoretische of abstracte concepten, zoals de toekomstige zelf, concreet te maken op manieren die met traditionele methoden moeilijker te realiseren zijn. Vooral smartphone-applicaties (apps) en virtual reality (VR) worden steeds vaker ingezet in interventies.
| Tekstbox: Het gebruik van technologie in
interventies
Apps: een interventie in je broekzak Omdat smartphones voor de meesten onderdeel zijn van het dagelijks leven maken ze het mogelijk om via apps een interventie altijd en overal te gebruiken. Bovendien zijn apps schaalbaar en kunnen ze ondersteuning bieden in iemands persoonlijke omgeving op momenten dat dit nodig is (Direito et al., 2018). Daarnaast bieden apps mogelijkheden voor het personaliseren van de interventie-inhoud, bijvoorbeeld op basis van data die wordt verzameld via sensoren (zoals beweging), geïntegreerde vragenlijsten, of logdata. Bijvoorbeeld, een app voor het stimuleren van fysieke activiteit kan het aantal stappen van de gebruiker bijhouden en op basis daarvan gepersonaliseerde doelen stellen (Direito et al., 2018). Kortom, apps zijn bijzonder geschikt voor interventies die regelmatig contact vereisen, ondersteuning in iemands persoonlijke omgeving willen bieden, en een diverse groep mensen willen bereiken (Mertens & Van Gelder, 2025b). VR: interventie in een virtuele werkelijkheid VR maakt het mogelijk om mensen onder te dompelen in een virtuele wereld, waarin ze het gevoel hebben écht aanwezig te zijn en biedt daarmee kansen voor interventie. Naast het zintuigelijk transporteren naar nieuwe en voor hen onbekende werelden, kan VR ook personen in het virtuele lichaam van een ander plaatsen (Mertens & Van Gelder, 2025a). Seinfeld en collega’s (2018) plaatsten bijvoorbeeld mannen die huiselijk geweld hadden gepleegd in een avatar van een vrouwelijk slachtoffer van dergelijk geweld. Zo konden de mannen dit geweld beleven vanuit het perspectief van een slachtoffer en daardoor beter inzicht krijgen in hun eigen gedrag als geweldpleger. Daarnaast kunnen VR-systemen verschillende sensoren bevatten voor het passief meten van gedrag, zoals aandacht, lichaamshouding en kijkrichting (Wang & Bailenson, 2024). Tot slot biedt VR ook mogelijkheden voor het personaliseren van de ervaring. De virtuele omgeving, het scenario, de avatar, en de interacties kunnen worden aangepast aan de wensen of behoeften van een gebruiker (Mertens & Van Gelder, 2025a). Samen maken deze mogelijkheden VR tot een technologie die uitermate geschikt is voor het creëren van immersieve ervaringen, het aanleren van vaardigheden, en het begrijpen van andere perspectieven (Mertens & Van Gelder, 2025b). Een kritische kanttekening Technologische mogelijkheden brengen echter ook risico’s met zich mee. Een beperking van apps is bijvoorbeeld dat ze gemakkelijk genegeerd of gestopt kunnen worden. De effectiviteit van app- interventies blijkt dan ook af te hangen van de betrokkenheid of ‘engagement’ van gebruikers bij de app (Siezenga et al., 2023). Gebruikers die het meest blijken te profiteren van app- interventies zijn degenen die betrokken zijn en de app regelmatig gebruiken (Siezenga et al., 2025). Een potentieel risico van VR is dat een virtuele ervaring zo echt kan aanvoelen, dat de grens tussen wat iemand daadwerkelijk heeft meegemaakt in de echte wereld en wat virtueel gebeurd is, zou kunnen vervagen. Dit zou gebruikt kunnen worden voor manipulatie van gedrag en overtuigingen zonder dat gebruikers zich hiervan bewust zijn. Ook bestaat het risico dat mensen zich hierdoor verliezen in de virtuele wereld. Daarnaast kunnen VR-systemen grote hoeveelheden data verzamelen, zoals lichaamshouding, pupilgrootte, en kijkrichting. Hoewel deze data in eerste instantie onschuldig lijken, kunnen ze samen veel over een persoon vertellen. Het is daarom belangrijk om te weten welke data verzameld worden en met wie deze worden gedeeld. Wanneer dergelijke gegevens bijvoorbeeld gedeeld worden met commerciële bedrijven zoals Meta of Microsoft, kunnen zij deze gegevens gebruiken voor het verbeteren van hun technologie, maar ook voor commerciële doeleinden zoals het personaliseren van advertenties (Mertens & Van Gelder, 2025b; Slater et al., 2020; Wies et al., 2021). |
Technologie als brug naar de toekomst
Apps en VR bieden beide de mogelijkheid om de toekomstige zelf levendig te maken voor een gebruiker. Deze technologieën kunnen niet alleen een visueel beeld van de toekomstige zelf, een ‘avatar’, laten zien; ze maken het ook mogelijk om een illusie van communicatie en interactie met deze zelf te creëren. FutureU is een voorbeeld van een onderzoeksprogramma dat zowel van apps als VR gebruik maakt om mensen in contact te brengen met hun toekomstige zelf om zo toekomstgericht denken en gedrag te stimuleren (zie Mertens et al., 2022 voor meer informatie). Door herhaalde interactie zou de toekomstige zelf toegankelijker worden, wat bijdraagt aan de overtuiging dat handelen in het belang van die toekomstige zelf óók in het belang is van de zelf in het hier en nu. Dit kan uiteindelijk leiden tot meer gedrag waarbij rekening gehouden wordt met de lange termijn, zoals sparen, betere academische prestaties en het verminderen van probleemgedrag.
De FutureU app bestaat uit meerdere onderdelen, waarvan de twee belangrijkste een chatbot en de interactie met de toekomstige zelf zijn. Beide ‘features’ geven psycho-educatie en stellen vragen om mensen aan het denken te zetten over hun toekomst. Als psycho-educatie worden bijvoorbeeld de concepten van de toekomstige zelf en toekomstgericht denken, growth mindsets (Dweck & Yeager, 2019) en implementation intentions (Golwitzer, 1999) uitgelegd. Verder worden gebruikers gestimuleerd om concreet na te denken over de toekomst en een beeld van hun toekomstige zelf te vormen, door vragen te stellen zoals waar en met wie de toekomstige zelf woont of welke bijzondere gebeurtenissen deze heeft meegemaakt in de periode die tussen de huidige en toekomstige zelf ligt. Op basis van deze informatie wordt een persoonlijk profiel van de toekomstige zelf gemaakt. De ‘toekomstige zelf’ geeft daarnaast ook korte opdrachten mee om het idee van een toekomstige zelf te integreren in het dagelijks leven, bijvoorbeeld door mensen te vragen die dag een keuze te maken waar de toekomstige zelf van profiteert. De app is op effectiviteit onderzocht bij studenten en laat positieve effecten zien op alle drie de aspecten van identificatie met de toekomstige zelf en op toekomstgerichtheid; mensen die de app gebruiken rapporteren een duidelijker en positiever beeld van, en een sterkere band met, hun toekomstige zelf, alsook een grotere bereidheid om nu iets op te offeren om daar later van te profiteren (Mertens et al., 2024; Van Gelder et al., 2025).
Ook de FutureU VR interventie laat positieve resultaten zien. In deze VR ervaring belichamen deelnemers een avatar die hun oudere, en dus toekomstige, zelf representeert. Bij een studie onder veroordeelde delinquenten wisselden deelnemers tussen het perspectief van hun toekomstige en hun huidige zelf om te reflecteren op hun gedrag; in eerste instantie door hun positieve (bijv. sport) en negatieve activiteiten (bijv. middelengebruik) in kaart te brengen en daarna, wanneer zij hun oudere zelf belichaamden, advies uit te brengen aan hun huidige zelf. Direct na de sessie hadden ze een duidelijker beeld van hun toekomstige zelf en een week later rapporteerden ze ook een afname in alcoholgebruik en impulsaankopen (Van Gelder et al., 2022). FutureU VR is ook onderzocht onder studenten die drie VR sessies ontvingen om hun toekomstige zelf beter te leren kennen, problemen vanuit het perspectief van deze zelf te bekijken en plannen te maken voor het behalen van doelen. Wederom waren er positieve resultaten op identificatie met de toekomstige zelf, toekomstgerichtheid en ook op het behalen van weekdoelen (Van Gelder et al., 2025).
Momenteel worden de FutureU app en VR interventies aangepast voor doelgroepen met depressieve symptomen (bijv. Webb & Van Gelder, 2025). Daarnaast wordt er gekeken hoe kunstmatige intelligentie op een zinvolle manier ingezet kan worden in de communicatie met de toekomstige zelf.
We benadrukken dat technologieën zoals apps en VR louter als hulpmiddelen dienen te worden gezien en nieuwe mogelijkheden bieden om in interventies in te zetten. Ook ‘analoge’ middelen kunnen worden ingezet voor degenen die aan de slag willen met hun toekomstige zelf en hun vaardigheden om de toekomst levendig voor te stellen willen vergroten. In eerdere onderzoeken werd deelnemers bijvoorbeeld gevraagd om een brief te schrijven aan hun toekomstige zelf en deze zo gedetailleerd mogelijk voor te stellen, of juist een brief aan de huidige zelf vanuit het perspectief van de toekomstige zelf (Chisima & Wilson, 2021; Van Gelder et al., 2013). Ook deze interventies laten zien dat dit helpt om de band met de toekomstige zelf te versterken en zo een psychologische brug te slaan tussen het heden en de toekomst.
Conclusie
Toekomstgericht denken en gedrag dragen bij aan een positieve persoonlijke ontwikkeling. Het zorgt ervoor dat mensen niet alleen keuzes maken waaraan ze iets hebben in het hier en nu, maar dat ze ook aan de toekomst denken en keuzes maken waar ze later profijt van zullen hebben. Het stimuleren van toekomstgerichtheid heeft daarom de potentie om een breed scala aan uitkomsten te verbeteren. Een focus op de toekomstige zelf biedt een mogelijkheid voor het vergroten van toekomstgerichtheid. Technologieën zoals apps en VR kunnen gebruikt worden om deze toekomstige zelf voor mensen tot leven te wekken en zo de impact op toekomstgericht denken en gedrag verder versterken. Door mensen zich meer verbonden te laten voelen met wie zij morgen kunnen zijn, vergroot de kans dat zij vandaag keuzes maken die resulteren in een betere toekomst.
Referenties
Bixter, M. T., McMichael, S. L., Bunker, C. J., Adelman, R. M., Okun, M. A., Grimm, K. J., Graudejus, O., & Kwan, V. S. Y. (2021). A test of a triadic conceptualization of future self-identification. PLoS ONE, 15(11). Article e0242504. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0242504
Carmi, N. (2013). Caring about tomorrow: Future orientation, environmental attitudes and behaviors. Environmental Education Research, 19(4), 430-444. https://doi.org/10.1080/13504622.2012.700697
Chishima, Y., & Wilson, A. E. (2021). Conversation with a future self: A letter-exchange exercise enhances student self-continuity, career planning, and academic thinking. Self and Identity, 20(5), 646-671. https://doi.org/10.1080/15298868.2020.1754283
Direito, A., Walsh, D., Hinbarji, M., Albatal, R., Tooley, M., Whittaker, R., & Maddison, R. (2018). Using the intervention mapping and Behavioral Intervention Technology frameworks: Development of an mHealth intervention for physical activity and sedentary behavior change. Health Education and Behavior, 45(3), 331-348. https://doi.org/10.1177/1090198117742438
Dweck, C. S., & Yeager, D. S. (2019). Mindsets: A view from two eras. Perspectives on Psychological Science, 14, 481– 496. https://doi.org/10.1177/1745691618804166
Frederick, S., Loewenstein, G., & O'Donoghue, T. (2002). Time discounting and time preference: A critical review. Journal of Economic Literature, 40(2), 351-401. https://www.jstor.org/stable/2698382
Gollwitzer, P. M. (1999). Implementation intentions: Strong effects of simple plans. American Psychologist, 54(7), 493. https://doi.org/10.1037/0003-066X.54.7.493
Gonzalez-Franco, M., & Lanier, J. (2017). Model of illusions and Virtual Reality. Frontiers in Psychology, 8. Article 1125. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2017.01125
Gustafson, D.H., McTavish, F.M., Chih, M.-Y., Atwoord, A.K., Johnson, R.A., Boyle, M.G., Levy, M.S., Driscoll, H., Chisholm, S.M., Dillenburg, L., Isham, A., & Shah, D. (2014). A smartphone application to support recovery from alcoholism: A Randomized Clinical Trial. JAMA Psychiatry, 71(5), 566-572. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2013.4642
Hershfield, H. E., Goldstein, D. G., Sharpe, W. F., Fox, J., Yeykelis, L., Carstensen, L. L., & Bailenson, J. N. (2011). Increasing saving behavior through age-progressed renderings of the future self. Journal of Marketing Research, 48(S23-S37). https://doi.org/10.1509/jmkr.48.SPL.S23
Hershfield, H. E. (2018). The self over time. Current Opinion in Psychology, 26(72), 72-75. https://doi.org/10.1016/j.copsyc.2018.06.004
Hershfield, E. H., Garton, M. T., Ballard, K., Samanez-Larkin, G. R., & Knutson, B. (2009). Don’t stop thinking about tomorrow: Individual differences in future self-continuity account for saving. Judgment and Decision Making. 4(4), 280-286.
Hershfield, H.E. (2011). Future self-continuity: How conceptions of the future self transform intertemporal choice. Annals of the New York Academy of Sciences, 1235(1), 30-43. https://doi.org/10.1111/j.1749-6632.2011.06201.x
Kelders, S.M., Sommers-Spijkerman, M., & Goldberg, J. (2018). Investigating the direct impact of a gamified versus nongamified well-being intervention: An exploratory experiment. JMIR, 20(7), Article e247. http://www.jmir.org/2018/7/e247/
McMichael, S. L., Bixter, M. T., Okun, M. A., Bunker, C. J., Graudejus, O., Grimm, K. J., & Kwan, V. S. (2021). Is seeing believing? A longitudinal study of vividness of the future and its effects on academic self-efficacy and success in college. Personality and Social Psychology Bulletin, 48(3), 478-492. https://doi.org/10.1177/01461672211015888
Mertens, E. C. A., Siezenga, A. M., Tettero, T., & Van Gelder, J.-L. (2022). A future orientation intervention delivered through a smartphone application and virtual reality: Study protocol for a randomized controlled trial. BMC Psychology, 10. Article number 315. https://doi.org/10.1186/s40359-022-01025-x
Mertens, E. C. A., Siezenga, A. M., Van der Schalk, J., & Van Gelder, J.-L. (2024). A novel smartphone-based intervention aimed at increasing future orientation via the future self: A pilot randomized controlled trial of a prototype application. Prevention Science, 25, 392-405. https://doi.org/10.1007/s11121-023-01609-y
Mertens, E. C. A., & Van Gelder, J.-L. (2025a). An affordances-based approach and scoping review of Virtual Reality applications in forensic behavioral and mental health assessment and treatment. Research on Child and Adolescent Psychopathology. Advanced online publication. https://doi.org/10.1007/s10802-025-01383-1
Mertens, E. C. A., & Van Gelder, J.-L. (2025b). The DID-guide: A guide to developing digital mental health interventions. Internet Interventions, 39. Article 100794. https://doi.org/10.1016/j.invent.2024.100794
Roepke, A. M., & Seligman, M. E. (2016). Depression and prospection. British Journal of Clinical Psychology, 55(1), 23-48.
Rutchick, A. M., Slepian, M. L., Reyes, M. O., Pleskus, L. N., & Hershfield, H. E. (2018). Future self-continuity is associated with improved health and increases exercise behavior. Journal of Experimental Psychology: Applied, 24(1), 72-80. http://dx.doi.org/10.1037/xap0000153
Schmid, K. L., Phelps, E., & Lerner, R. M. (2011). Constructing positive futures: Modeling the relationship between adolescents’ hopeful future expectations and intentional self regulation in predicting positive youth development. Journal of Adolescence, 34. 1127-1135. https://doi.org/10.1016/j.adolescence.2011.07.009
Seinfeld, S., Arroyo-Palacios, J., Iruretagoyena, G., Hortensius, R., Zapata, L. E., Borland, D., De Gelder, B., Slater, M., & Sanchez-Vives, M. V. (2018). Offenders become the victim in Virtual Reality: Impact of changing perspective in domestic violence. Scientific Reports, 8. Article 2692. https://doi.org/10.1038/s41598-018-19987-7
Siezenga, A. M., Mertens, E. C. A., & Van Gelder, J.-L. (2023). A look under the hood: Analyzing engagement and usage data of a smartphone-based intervention. BMC Digital Health, 1. Article 45. https://doi.org/10.1186/s44247-023-00048-7
Siezenga, A. M., Mertens, E. C. A., & Van Gelder, J.-L. (2025). To use and engage? Identifying distinct user types in interaction with a smartphone-based intervention. Computers in Human Behavior Reports, 17. Article 100602. https://doi.org/10.1016/j.chbr.2025.100602
Slater, M., & Sanchez-Vives, M. V. (2016). Enhancing our lives with immersive Virtual Reality. Frontiers in Robotics and AI, 3. Article 74. https://doi.org/10.3389/frobt.2016.00074
Slater, M., Gonzalez-Liencres, C., Haggard, P., Vinkers, C., Gregory-Clarke, R., Jelley, S., Watson, Z., Breen, G., Schwarz, R., Steptoe, W., Szostak, D., Halan, S., Fox, D., & Silver, J. (2020). The ethics of realism in Virtual and Augmented Reality. Frontiers in Virtual Reality, 1, Article 1. https://doi.org/10.3389/frvir.2020.00001
Steinberg, L., Graham, S., O’Brien, L., Woolard, J., Cauffman, E., & Banich, M. (2009). Age differences in future orientation and delay discounting. Child Development, 80(1), 28-44. https://doi.org/10.1111/j.1467-8624.2008.01244.x
Suddendorf, T., Redshaw, J., & Bulley, A. (2022). The Invention of Tomorrow: A Natural History of Foresight. Hachette UK.
Suddendorf, T., & Corballis, M. C. (2007). The evolution of foresight: What is mental time travel, and is it unique to humans? Behavioral and Brain Sciences, 30, 299-351. https://doi.org/10.1017/S0140525X07001975
Van Gelder, J.-L., Cornet, L.J.M., Zwalua, N.P., Mertens, E.C.A., & Van der Schalk, J. (2022). Interaction with the future self in Virtual Reality reduces self-defeating behavior in a sample of convicted offenders. Scientific Reports, 12, Article number 2254. https://doi.org/10.1038/s41598-022-06305-5
Van Gelder, J. L., & Frankenhuis, W. E. (2025). Short-term mindsets and crime. Annual Review of Criminology, 8(1), 333-358.
Van Gelder, J. L., Hershfield, H. E., & Nordgren, L. F. (2013). Vividness of the future self predicts delinquency. Psychological Science, 24(6), 974-980. https://doi.org/10.1177/0956797612465197
Van Gelder, J.-L., Luciano, E. C., Weulen Kranenbarg, M., & Hershfield, H. E. (2015). Friends with my future self: Longitudinal vividness intervention reduces delinquency. Criminology, 53(2), 158-179. https://doi.org/10.1111/1745-9125.12064
Van Gelder, J.-L., Tettero, T., Siezenga, A. M., & Mertens, E. C. A. (2025). Connecting with your future self: A smartphone and virtual reality intervention to stimulate future-orientation and goal-achievement. JMIR Preprints. https://preprints.jmir.org/preprint/84420
Van Gelder, J.-L., De Vries, R. E., Demetriou, A., Van Sintemaartensdijk, I., & Donker, T. (2019). The Virtual Reality scenario method: Moving from imagination to immersion in criminal decision-making research. Journal of Research in Crime and Delinquency, 56(3), 451-480. https://doi.org/10.1177/0022427818819696
Wang, P., & Bailenson, J. N. (2024). Virtual Reality as a research tool. In T. Reimer, L. van Swol, & A. Florack (Eds.), The Routledge handbook of communication and social cognition. Routledge/Taylor and Francis. http://dx.doi.org/10.2139/ssm.4805041
Webb, M. A., & Van Gelder, J.-L. (2025). A Virtual-Reality based intervention on thoughts of the future self to reduce negative affect, depression, and suicidal ideation: Protocol for a feasibility and acceptability randomized controlled pilot trial (FutureU for Mental Health). Pilot and Feasibility Studies, 11(1). Article 143. https://doi.org/10.1186/s40814-025-01709-2
Wies, B., Landers, C., & Ienca, M. (2021). Digital mental health for young people: A scoping review of ethical promises and challenges. Frontiers in Digital Health, 3, Article 697072. https://doi.org/10.3389/fdgth.2021.697072



