Wat de psychologie zegt over het waarheidsserum
De zoektocht naar het waarheidsserum
De zoektocht naar een waarheidsserum gaat mogelijk al lang terug in de tijd, maar kreeg veel aandacht in de afgelopen eeuw. Een Amerikaanse arts beweerde in 1922 dat het medicijn scopolamine als waarheidsserum gebruikt kan worden (House, 1922; Winter, 2005). Dit idee werd enthousiast ontvangen en leidde tot experimenten, ook op verdachten. Het bleef niet bij scopolamine, want ook andere middelen zoals barbituraten kregen de reputatie “waarheidsserum”, hoewel er geen wetenschappelijk bewijs was dat het werkte. Bovendien waren er zorgen over de betrouwbaarheid van de verkregen informatie (MacDonald, 1955).
Herinneringen als reconstructies
Vanuit psychologisch oogpunt is het niet verrassend dat er geen werkend waarheidsserum werd gevonden. Het geheugen werkt nu eenmaal niet als een dossierkast, waarin “de waarheid” netjes opgeborgen ligt, wachtend tot de kast van het slot wordt gehaald. Hoewel het soms lijkt alsof je herinneringen als een film in je hoofd kunt afspelen, zijn herinneringen in werkelijkheid reconstructies (Lacy & Stark, 2013; Schacter, 2022). Dit betekent dat elke herinnering bij het ophalen opnieuw wordt opgebouwd uit stukjes informatie. Hierdoor kunnen er fouten en onvolledigheden insluipen. Het betekent bovendien dat je cognitieve vaardigheden, zoals gerichte aandacht, nodig hebt om herinneringen op te halen.
De middelen die door de jaren heen zijn uitgeprobeerd, brengen de verdachte in een verlaagde toestand van bewustzijn. Barbituraten, bijvoorbeeld, zijn sterk verdovende middelen die vroeger werden gebruikt om iemand onder narcose te brengen. Bij kleinere hoeveelheden van het middel wordt iemand versuft, slaperig en mogelijk verward. Probeer in die toestand maar eens te vertellen wat je vorige week woensdagavond aan het doen was. De kans is groot dat je fouten maakt, gaten in je geheugen opvult, of verzinsels vertelt. Het serum tast dus de cognitieve processen aan die nodig zijn om herinneringen op te halen en dus de waarheid te vertellen.
Desalniettemin ging de zoektocht naar een waarheidsserum door. De tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog wakkerden nieuw onderzoek aan. Overtuigd dat de Nazi’s en Russen al in het bezit waren geweest van een waarheidsserum, voerden de Amerikaanse inlichtingendiensten decennialang geheime experimenten uit (Alvarez-Cruz, 2025). Naast scopolamine werden cannabis, mescaline, en LSD getest, maar zonder succes.
Het gevaar van suggestie
De verlaagde bewustzijnstoestand, verminderde cognitieve capaciteit en spraakzaamheid van een verdachte onder invloed brengen nog een ander gevaar met zich mee. Verdachten zijn daardoor sterker geneigd om mee te gaan met wat de ondervrager wil horen. Ook middelen zoals LSD kunnen iemand gevoeliger maken voor suggestie (Carhart-Harris et al., 2015). Een combinatie van waarheidsserum en sturende vragen kan zo valse bekentenissen in de hand werken (Geven & van Es, 2023). Geestverruimende middelen zoals LSD en mescaline kunnen bovendien hallucinaties veroorzaken; niet bepaald handig als je van een verdachte wil weten wat echt is en wat verzonnen.
Zoeken naar een bekentenis of zoeken naar de waarheid?
De (in)effectiviteit van waarheidsserums heeft dus niet zozeer te maken met de chemische samenstelling van het middel. Ze werken niet omdat ze, in een poging liegen onmogelijk te maken, ook de functies aantasten die juist nodig zijn voor het ophalen van herinneringen. Verdachten worden onder invloed dan wel spraakzamer en ontremder, ze zullen ook sneller fantasieën of pseudoherinneringen vertellen en geneigd zijn om mee te gaan met wat de ondervrager zegt. Dit laatste is heel nuttig als je op zoek bent naar een bekentenis, maar niet als je wil weten wat er echt is gebeurd. De verkregen informatie is simpelweg niet betrouwbaar.
Referentielijst
Alvarez-Cruz, A. (2025). The US intelligence agencies’ search for the “truth serum”, 1941-1973. Revista de historia de la psicología, 46(3), 12-22. https://doi.org/10.5093/rhp2025a19
Carhart-Harris, R. L., Kaelen, M., Whalley, M. G., Bolstridge, M., Feilding, A., & Nutt, D. J.(2015). LSD enhances suggestibility in healthy volunteers. Psychopharmacology, 232(4), 785-794. https://doi.org/10.1007/s00213-014-3714-z
Geven, L., & van Es, R. (2023). De waarheid achter valse bekentenissen. In‑Mind Nederland. https://nl.in-mind.org/article/de-waarheid-achter-valse-bekentenissen
House, R. E. (1922). The use of scopolamine in criminology. Texas State Journal of Medicine, 18, 259.
Lacy, J. W., & Stark, C. E. (2013). The neuroscience of memory: implications for the courtroom. Nature Reviews Neuroscience, 14(9), 649-658. https://doi.org/10.1038/nrn3563
MacDonald, J. M. (1955). Truth serum. J. Crim. L. Criminology & Police Sci., 46, 259.
Schacter, D. L. (2022). The seven sins of memory: An update. Memory, 30(1), 37-42. https://doi.org/10.1080/09658211.2021.1873391
Winter, A. (2005). The Making of" Truth Serum," 1920-1940. Bulletin of the History of Medicine, 79(3), 500-533. https://dx.doi.org/10.1353/bhm.2005.0136


